Boveneinder.jouwweb.nl
Home » Tarara!

Tarara!

De les van Catalonië

 

Toen begin jaren 90, net voor de Joegoslavische burgeroorlog, Istrië de onafhankelijkheid wilde uitroepen, kreeg dat land daarbij steun van de EU. Dat gebeurde later ook bij de Baltische Staten Estland, Letland en Litouwen, toen die zich losmaakten van het Russische (Sovjet)juk. Zo ontstonden op een vrij vreedzame manier nieuwe staten, omdat de bevolking van die staten dat wilde. Mensenrechten respecteren, de EU is er jarenlang goed in geweest.

 

Tot afgelopen weekend, toen Catalonië een referendum organiseerde over de vraag of het een zelfstandige staat zou moeten worden, los van Spanje. De Spaanse regering reageerde ver over de top, door het referendum in feite ‘neer te slaan’ als was het een opstand. Met steun van… de EU. Juist, de EU, die volgens eigen zeggen vrede en veiligheid brengt op het Europese continent.

 

Met het neerslaan van de sentimenten in Catalonië is de dictatuur in Spanje weer terug. Decennia lang zuchtte het land onder de wrede dictator Franco. Met de steun voor dit rigide beleid vanuit Brussel, laat de EU haar ware gezicht zien: de dictators Jean Claude Juncker, Guy Verhofstadt en Frans Timmerman voorop. Want de EU moet een ‘superstaat’ worden, ongeacht hoe de inwoners van diezelfde EU daar over denken. Zo’n opstelling wordt ook wel dictatuur genoemd.

 

De ware dictators zitten derhalve niet in Spanje, maar in Brussel. De Spaanse regering voerde ‘Brussels’ beleid uit. Dat onze Ministerpresident Mark Rutte en passant liet weten dat hij de Friezen ook mores zou leren, als die een dergelijk referendum zouden houden om tot zelfstandigheid te komen, moet ons in Nederland zorgen baren. Niet alleen toont Rutte zich hiermee een dictator pur sang, hij laat hiermee ook zien, dat hij een loyaal uitvoerder is van het dictatoriale EU-beleid.

 

Het woord ‘als’ betekent altijd een hypothese, maar ‘als’ er nu eens gewoon gepraat was met de Catalanen. Als er vanuit de EU meegedacht zou zijn, dan was het mogelijk niet zover gekomen. De rigide opstelling van de EU en in haar kielzog de Spaanse regering heeft er voor gezorgd, dat de voorstanders van afscheiding alleen maar steviger in het zadel komen te zitten. Houden ze die opstelling vol, is een burgeroorlog zeker niet ondenkbaar.

 

Het is de grote angst van de EU dat er meer afscheidingsbewegingen ontstaan. De Baskische afscheidingsbeweging ETA met z’n aanslagen ligt nog betrekkelijk vers in het geheugen. Door zich zo onbuigzaam op te stellen tegen de Catalanen, geeft de Brusselse en Spaanse ‘elite’ de Basken, die al jaren geen aanslagen meer plegen, nieuwe munitie om zich, al dan niet met geweld, af te scheiden. Dat er in Schotland ook stemmen opgaan voor een zelfstandige staat, zal de EU minder boeien met de aanstaande Brexit.

 

De les van Catalonië is, dat een roep om een zelfstandige staat niet kan worden genegeerd. Of dat nu een deel van een bestaande EU-lidstaat is, of in het geval van het Verenigd Koninkrijk, een lid, dat eruit wil stappen, waarbij de EU ook zoveel mogelijk de voet dwars zet.  De belangrijkste les van Catalonië is echter wel, dat de EU is verworden tot een gedwongen statenbond, waar dictators de boventoon voeren.  Te vergelijken met het vroegere Joegoslavië of de USSR. Zo’n statenbond kunnen we missen als kiespijn. Het is dus in ieders belang, dat de EU barst. Gebeurt dat niet, krijgen we geen EU die garant staat voor vrede en veiligheid, maar een EU die bol staat van burgeroorlogen. Zo’n EU kunnen we missen als kiespijn.

==================================================

Einde van deze opinie. Lees hieronder meer op Tarara, de opiniepagina voor helder denkend Nederland.

==================================================

'We rule this country'

 

Het was eind jaren tachtig. Het CDA stond op de toppen van haar macht. Geen enkele politieke partij kon om het CDA heen. Partijen, die iets voor elkaar wilden krijgen, moesten het CDA behagen. ‘We rule this country’, klonk het op een gegeven moment, bij de kabinetsformatie van 1989.  Enige tijd daarna waren er gemeenteraadsverkiezingen. Het CDA kreeg keihard op z’n kop. Provinciale- en Tweede Kamerverkiezingen volgden, het CDA verloor fors en werd uiteindelijk gedecimeerd. De partij, die op de toppen van haar macht Nederland dacht naar z’n hand te zetten, werd door de kiezer vorstelijk afgestraft.

 

Het is 2017. De VVD staat op de toppen van haar macht. Geen enkele politieke partij kan om de VVD heen. Partijen, die iets voor elkaar willen krijgen, moeten de VVD behagen. ‘We rule this country’, het wordt niet letterlijk uitgesproken, maar de partij en de partijbonzen stralen het aan alle kanten uit. VVD-ers die graaien, frauderen, of gespeend van elke kennis een departement leiden en daar bijna zonder uitzondering mee weg komen. Een premier die zegt dat hij hetzelfde zou doen met Friesland als de Spaanse regering met de Catalanen, als de Friezen over afscheiding zouden beginnen. Een partij, die kort daarvoor nog door de kiezers werd afgestraft, maar desondanks toch de grootste partij bleef.

 

De VVD heeft niets geleerd van het debacle van het CDA, zo blijkt. Toegeven, in tegenstelling tot het steile, starre CDA viert in de VVD jovialiteit hoogtij. Dikke sigaren, bier in overvloed, leden met buiken als burgemeesters, die elkaar vrolijk op de schouder meppen, ‘Zeg kaerel…’ De VVD lijkt overal mee weg te komen. Met criminele ex-bewindslieden, graaiende leden en bestuurders, de uitstraling dat de VVD Nederland wel even naar haar hand zal zetten. Ze lijken er niet alleen mee weg te komen, ze komen er nog mee weg ook. Sterker nog, de VVD heeft opnieuw de leiding bij de kabinetsvorming.

 

Blijkbaar gaat de kiezer voorbij aan het feit, dat de VVD een soort van ‘schurkenpartij’ is, waar graaien als een tweede natuur wordt beschouwd. Misschien is het de joviale uitstraling van de partij, Mark Rutte vooral, waardoor de kiezer toch in meerderheid weer het hokje van de VVD rood kleurt? Het succes, dat de partij tegen beter weten in benadrukt? Of is het de angst voor het onbekende, voelt de kiezer zich ondanks alles toch geborgen bij de VVD, omdat ze die partij al decennia lang stemmen?  Misschien eens reden voor weer een onderzoek?

 

Of zou het gewoon domheid van de kiezer zijn? Het is te hopen van niet.