Boveneinder.jouwweb.nl
Home » Analyses - politiek

Analyses - politiek

Is winst pro EU-partijen electoraal spel?

In Nederland maakte de anti-EU partij PVV de torenhoge verwachtingen in de peilingen niet waar. De PVV won een fraaie 5 zetels, maar kiezers kozen toch massaal voor de oude politieke elite en ‘nieuw-regentesk’ (GroenLinks). In Frankrijk bracht de kiezer La Répuplique en Marche’ van Emanuel Macron aan de macht, ondanks dat de peilingen uitwezen dat het eveneens anti-EU Front National van Martine le Pen een forse electorale klapper zou gaan maken. In Duitsland wint de oude elite steeds meer terrein op Alternative für Deutschland, ook een EU-kritische partij. De Italianen lieten bij lokale verkiezingen de eerder steeds populairder wordende Vijfsterren beweging, ook EU-kritisch, links liggen. Dan nog de Britten, die massaal Theresa May aan de kant schoven, waardoor een Brexit er zeker niet gemakkelijker op wordt. Ondanks dat diezelfde Britten eerder toch duidelijk vóór een Brexit stemden.

 

Wat is er aan de hand? ‘Het volk’ – de kiezer – laat een overwegend EU-kritisch geluid horen.  Terwijl de politieke elite met pro-EU beleid toch telkens de verkiezingen weet te winnen. Dat staat zo haaks op elkaar als een winkelhaak. Macron schaar ik hierbij gemakshalve onder de ‘politieke elite’. Immers, zijn partij LRM is weliswaar nieuw, Macron is dat zelf zeer zeker niet. Als oud-minister, voormalig bankier én miljonair kunnen we zeker spreken van ‘elite’. Bovendien, Macron is zo pro-EU als hij maar zijn kan. LRM is in feite oude elite, die in een nieuwe vorm is gegoten en met een nieuwe verpakking, waardoor het er zeer aantrekkelijk uitziet.

De overwinningen van het pro-EU kamp zijn des te verbazingwekkender, als we de peilingen vooraf zien en luisteren naar de geluiden uit de bevolking. Nederland, Frankrijk, de Britten, ze hebben weinig goede woorden over voor de EU. Ook Duitsers worden steeds meer EU-kritisch. En toch… staan de pro-EU partijen telkens weer met in triomf geheven armen op alle overwinningspodia, het anti-EU kamp verbijsterd achterlatend.

Het zou kunnen zijn, dat de anti-EU kiezer het bij de verkiezingen laat afweten en met name hogeropgeleiden hun kans grijpen om te gaan stemmen. Het zou ook kunnen zijn, dat de kiezer de geborgenheid zoekt van gevestigde partijen, de elite, uit angst voor het nieuwe. Overigens wordt dat door de overwinning van de nieuwe partij LRM in Frankrijk niet gestaafd, een partij met niet één zetel in het parlement en alleen een frontman met politieke ervaring.

 

Wat nergens naar voren komt, is de mogelijke rol van de EU. Aangezien de uitkomsten van veel verkiezingen wel verdacht haaks staan op de geluiden uit de bevolking, kun je je afvragen, of de verkiezingen wel juist verlopen zijn.  Met andere woorden : is er niet overwegend geteld met de pro-EU hand? Het is allemaal wel heel ‘toevallig’. Burgers, die zich massaal afkeren van de EU contra de winst van pro-EU partijen. De EU – bij monde van Guy Verhofstadt en Jean Claude Juncker – die onversneden victorie kraait over het electorale verlies van de Britse Conservatieven: ,,Laat de Britten nu maar komen…”

Het is allemaal eigenlijk net tè toevallig. Dat zoiets in een van de EU-landen gebeurt, kan. Maar in Nederland, Frankrijk en Groot Brittanië in enkele maanden tijd? Terwijl tegelijkertijd de peilingen in Duitsland en Italië ook drastisch omslaan?  Probleem is, dat er weinig tot niets kan worden bewezen. Kritische burgers die stembiljetten hertellen, in principe zou het kunnen, maar het is monnikenwerk en wie zegt, dat er geen stembiljetten worden achtergehouden?

De vraag is, wordt er een electoraal spel gespeeld? Is May het slachtoffer van een ‘Englandspiel’ vanuit de EU, waar ze zich een hoedje geschrokken zijn dat Donald Trump – ook niet echt een vriend van de EU - verkozen werd tot Amerikaans president? Opvallend ook, dat de overwinning van de overwegend linkse pro-EU elite op EU-kritisch rechts  zich afspeelden ná de verkiezing van Trump.

Laten we hopen, dat het niet waar is. Maar tussen hopen en zeker weten, zit een enorm spectrum aan mogelijkheden. Zeker als we de politieke uitlatingen van zowel Juncker als Verhofstadt bekijken, dat de EU moèt winnen en overeind moèt blijven, kunnen we vraagtekens stellen bij een eerlijk verloop van verkiezingen .

Probleem is, als bevolking sta je praktisch machteloos tegen misstanden bij verkiezingen. Meer controles en dus waarnemers van de OESO? Ook dat is ‘overheid’ en dus beïnvloedbaar.  Meer controles en de verzekering van de overheid, dat alles eerlijk verloopt? Tja, is de Paus Katholiek?

Onafhankelijke burgercomités wellicht, die de stemmen controleren? Het kan, maar wie wijst de leden van die comités dan aan? Dan kom je al snel weer bij overheden terecht.

Is bovenstaande een complottheorie, ontstaan in de zieke geest van een schrijver? Het is te hopen, maar alleszins zeker is dat niet. Een complotdenker ben ik geenszins. Ik deel in deze column alleen iets, dat mij – en hopelijk meerderen met mij – opvalt. Waarbij ik hoop – en dat zeg ik nadrukkelijk – dat ik ongelijk heb. Echter, als je met machtswellustelingen als Juncker en Verhofstadt te maken hebt, weet je het maar nooit. ‘Het kan verkeren’, sprak Bredero ooit.

 

 

 

 


Einde van deze column


 

 

Gemeentepolitiek moet terug naar ‘af’

De gemeenteraad is ouderwets, achterhaald, niet meer van deze tijd en ‘sluit niet aan bij de huidige manier van besluitvorming’. Een greep uit de stellingen, die gehanteerd worden om het politiek-bestuurlijke deel van de Nederlandse gemeenten op de schop te nemen. Want de kiezer laat het bij gemeenteraadsverkiezingen afweten en dat is een slechte zaak. De plannen voor bestuurlijke hervorming bestrijden echter slechts de gevolgen en zoals bekend, gevolgbestrijding leidt nooit tot oplossing van het werkelijke probleem. Beter is het, om de oorzaak aan te pakken.

 

Volgens de commissie die gaat experimenteren met nieuwe bestuursvormen, onder leiding van de Vlaardingse burgemeester Blase, is het huidige gemeentelijke politieke bestel, met vertegenwoordigers van politieke partijen in de gemeenteraad, ‘versleten’. De raad zou onder meer vervangen kunnen worden door een soort panel van inwoners, die door middel van loting voor een tijdje ‘raadslid’ worden.

De vraag is dan wel wat een gemeente heeft aan een groep mensen, waarvan een groot deel tegen heug en meug is ingeloot, niets weet van besluitvorming, of er gewoonweg geen interesse in heeft. Zo’n gemeenteraad wordt gedomineerd door enkelingen, waarbij de rest volgt. Het voorstel om zo’n ‘gemeenteraad’ als een soort ‘stadsoploop’ een keer of drie per jaar bij elkaar te laten komen, is helemaal funest. Zo’n vorm van politiek bestuur is een vrijbrief voor (top)ambtenaren om het beleid vrijelijk naar hun hand te zetten. Want, zoals bekend, vormen topambtenaren, zowel op gemeentelijk, provinciaal als landelijk niveau, inmiddels de eerste bestuurslaag, al weigeren politici dat categorisch te erkennen.

 

Toegeven, het huidige systeem met een grote diversiteit aan politieke partijen is lang niet volmaakt. De toenemende tendens, dat de politiek zich in de ogen van burgers min of meer afspeelt in een semi-criminele sfeer en dat graaicultuur en vriendjespolitiek de boventoon voeren, motiveert de kiezer ook niet echt om naar de stembus te gaan.

Aan de afnemende belangstelling voor de gemeentepolitiek ligt echter een totaal andere oorzaak ten grondslag: Schaalvergroting door fusies van gemeenten. Het gemeentehuis staat voor veel mensen vaak (te) ver weg, soms tientallen kilometers. Raadsleden komen uit een wijde omgeving, uit andere steden en dorpen binnen de fusiegemeente. Veel inwoners kennen de kandidaten daardoor niet of nauwelijks. Onbekend maakt onbemind en stemmen schiet er dan vaak bij in.

 

Volgens Blase c.s. moet de politiek dichter bij de burger worden gebracht. Een loffelijk streven, maar dat moet dan wel op de goede manier. Daar is een zekere moed voor nodig, want terugdraaien van besluiten uit het verleden staat in onze cultuur gelijk aan erkennen, dat je het fout hebt gedaan.

Vroeger had elke gemeente zijn eigen gemeenteraad en eigen burgemeester. Mensen kenden de gemeenteraadsleden vaak persoonlijk, van school, het verenigingsleven, uit de buurt, de kerk, of als ondernemer. Dat maakte het contact laagdrempelig, raadsleden en wethouders waren bekend, dus gemakkelijk benaderbaar. Het leidde ook tot een bepaald stemgedrag. Wie landelijk PvdA stemde, kon ervoor kiezen om voor de gemeenteraad te stemmen op een CDA-er, VVD-er, D66-er of zelfs SGP-er, omdat die een heldere kijk had op de zaken in de gemeente of de inwoners feilloos aanvoelde. Of omdat het gewoon een goed bestuurder was. Niet de politieke kleur gaf de doorslag, maar de persoon.

 

De fusies tussen gemeenten in de afgelopen jaren deden dat goede systeem teniet.  Inwoners kennen de kandidaten vaak niet eens meer. Die komen uit een stad of dorp tien of twintig kilometer verderop.  Kiezers laten het daardoor afweten. De politieke partijen interesseren hen niet, de mensen erachter kennen zij niet. Waarom zou je dan gaan stemmen?

 

Politiek echt dichter bij de burger brengen betekent: Elk dorp en elke stad weer een eigen gemeenteraad, wethouders en burgemeester. Dat is de smeerolie in de vastgelopen machine van de plaatselijke democratie. Uitvoerende taken uit het oogpunt van kostenbesparing onderbrengen in een groter verband van gemeenten, is geen enkel bezwaar. Een vuilniswagen kan best uit een stad 20 kilometer verderop komen. De plantsoenendienst kan ook best in samenwerking met andere gemeenten worden uitgevoerd en zo zijn er nog best een aantal zaken te bedenken, die regionaal opgepakt kunnen worden.

Maar voor burgerzaken moeten inwoners gewoon op het ‘eigen’, plaatselijke gemeentehuis terecht kunnen en niet ergens in een andere stad of ander dorp, waar het ‘centrale’ gemeentehuis staat, maar waar de inwoner geen enkele binding mee heeft. Dat verhoogt de betrokkenheid bij het gemeentelijk reilen en zeilen.

De kleine gemeente Renswoude, die in het verleden weigerde te fuseren met de buurgemeenten Scherpenzeel en Woudenberg, is daar een mooi voorbeeld van. Veel ambtelijke taken worden uitgevoerd door buurgemeenten, maar het dorp met 5.000 inwoners bleef zelfstandig, heeft een eigen burgemeester, eigen gemeenteraad en een eigen gemeentehuis, waarin een gedenksteen trots herinnert aan het afspringen van de fusie destijds.

 

Blase c.s. zouden eens in Renswoude moeten gaan kijken, om vervolgens aan de slag te gaan met het ‘ont-fuseren’ van gemeenten. Om te erkennen dat een eerder systeem veel beter werkte, vergt moed en durf. Daarop terug grijpen getuigt echter wel van realiteitszin en bestuurlijk inzicht. Zo breng je de besluitvorming terug naar de plek waar die hoort: in de eigen stad, het eigen dorp, waar bestuurders ‘gekend’ zijn, persoonlijk aangesproken kunnen worden. Een raadslid, wethouder of burgemeester gewoon kunnen aanschieten als die zijn hond uitlaat, dat is plaatselijke democratie ten voeten uit en brengt kiezers terug naar de gemeentelijke stembus.

 


Einde van deze analyse


 

 

Na de Brexit: Hoe nu verder?

Het stof na de Brexit is nog steeds niet opgetrokken. De Britten lieten de EU versteld staan, door zichzelf eruit te stemmen. De verstandigste keuze die zij konden maken op dit moment.

De overgebleven 27 door de EU bezette staten – ik spreek steevast over de EU als de ‘bezetter’ – gaan nu overleggen wat te doen, want ook in andere landen groeien de anti EU-gevoelens. Blijven roepen, dat de EU ‘zo goed voor ons is’, werkt niet, want het tegendeel is aangetoond. Dreigen met grote economische en maatschappelijke gevolgen, zoals onder andere Jean Claude Juncker deed, werkt blijkbaar ook niet. Daarom is iedereen het er nu over eens: de EU moet ‘hervormd’ worden. De EU moet anders. Dan gaan de Europese burgers de EU wel weer begrijpen en waarderen.

 

Echter, dat begrip en die waardering komen er nooit. Daarvoor heeft de EU het al teveel verbruid. Burgers zien eindelijk in, hoeveel geld de EU er doorheen jaagt. 350 miljoen Britse ponden per week gaan er vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Brussel. Niet per jaar, niet per maand, maar per week.

Daar komt volgens overtuigde Eurofielen ook veel voor terug. Zeker, daar is zelfs een voorbeeld van te geven. In een totaal verarmd stadje in Engeland werd een gloednieuw busstation gebouwd, met geld van de EU. Mooi, zou je in eerste instantie zeggen. De EU doet dat toch maar mooi voor de burgers. Maar de keerzijde van de medaille is: De bevolking in en rond dat stadje is totaal verarmd, zit in meerderheid zonder werk, er is geen werk te vinden in de streek, maar er is nu wel een fraai busstation.

 

Mijn vraag is dan ook: Beste EU, wat heeft die arme bevolking aan een mooi, nieuw busstation? Hebben ze niet veel meer aan banen, aan subsidie voor bedrijven? Liever op een oud en vervallen busstation op de bus naar je werk stappen, waarmee je een redelijk inkomen verdient, dan een fraai busstation en een werkloze, verarmde bevolking, die nauwelijks geld heeft voor een buskaartje.

Dat is dan nog maar een voorbeeld. Het toont aan: de EU kent de behoeften van de burgers niet.  De EU-bestuurders stralen uit, dat zij de burgers zien als ‘het domme volk’ en dat zij wel weten wat goed voor hen is. Echter, ze rekenden buiten een referendum, of ze dachten dat het ‘domme volk’ met allerlei dreigementen wel in toom te houden was. Nu het Brexit het tegendeel aantoont en de macht van het ‘domme volk’ groter lijkt dan aangenomen, slaat de vertwijfeling toe op de EU-burelen. Wat nu?

 

De burger dichter bij de EU brengen lijkt het antwoord. Een ander gezicht laten zien. Hervormen dus naar een EU die in het vervolg luistert naar de burger. Echter, deze missie is al bij voorbaat kansloos. Het vertrouwen van veel burgers in de EU-lidstaten is al jaren weg. De Brexit is niet meer of minder dan een motie van wantrouwen tegen de Europese Commissie en het Europees Parlement, tegen de complete EU. Dat los je niet op door de EU te hervormen.

 

Dat los je wel op door de EU op te heffen en te vervangen door iets, dat lijkt op de oude EEG. Geen politieke unie, geen dure eenheidsmunt die aantoonbaar niet werkt, maar verdragen over handel en diensten. Een handelsunie, in elk geval zonder de dictators Jean Claude Juncker en Guy Verhofstadt, die de Europese burgers zien als willoze hobbits, die naar hun pijpen dansen. Want dat doen wij burgers niet, mijnheer Juncker en mijnheer Verhofstadt. Dan stemmen wij voor een ‘exit’. The Brexit can be overdone. In Frankrijk, Duitsland, Nederland, in elk EU-land. Knoop dat in uw oren, Juncker en Verhofstadt, voordat u weer begint te dreigen met allerlei onheil.

 

Bij zo’n nieuwe handelsunie zou ook een onderzoek passen naar de rol van de huidige EU-politici, Juncker en Verhofstadt voorop. Met als uiteindelijk doel forse straffen uit te delen aan deze neo-dictators, die het volk openlijk minachten en zichzelf op een torenhoog voetstuk plaatsen. Alleen zo heeft hervorming van de samenwerking binnen Europa slagingskans. Soms zijn er nu eenmaal offers nodig. Dat besef moet na de schok van de Brexit maar ’s doordringen op de burelen van de EU.

 


 

Einde van deze analyse


 

 

 

EU schiet in eigen voet

Volgens pro-Europese politici roept een Brexit kommer en kwel af over de Europese Unie (EU).  Uittreding van de Engelsen zou ook Nederland een vermogen kosten. Laat staan een uittreding van Nederland zelf. De voornaamste drijfveer lijkt echter de angst, dat hiermee het falen van de EU wordt aangetoond.

 

De critici gaan echter voorbij aan de positie van twee landen, die geen lid zijn van de EU, Zwitserland en Noorwegen. De economie van beide landen floreert meer dan die van menig EU-lidstaat. Zowel Zwitserland als Noorwegen hebben handelsverdragen met de EU, waardoor er op het gebied van handel nauwelijks beperkingen zijn.

De Europese politici en de pro-EU ingestelde regeringsleiders van de lidstaten uiten niet alleen economisch gezien dreigende taal. Ook de oorlogsdreiging in Europa zou verder toenemen bij het uiteenvallen van de EU. Vaak wordt de Tweede Wereldoorlog als afschrikwekkend voorbeeld genoemd.

 

Het initiatief voor de vorming van een Europese staat komt echter uit bedenkelijke hoek. De Nazi’s in Duitsland waren groot voorstander van Europese eenheid, waarvoor zelfs gedetailleerde plannen werden gemaakt. In Nederland was de toenmalige, pro-Duitse NSB, in navolging daarvan voorstander van een ‘Hecht Verbond van Vrije Volken’, met name de toenmalige president van de Nederlandsche Bank, de NSB-er Rost van Tonningen. Op 20 mei 1944 hield NSB-leider Mussert in het Colosseum Theater in Groningen een lezing over dit onderwerp, waarbij hij inging op de eenheid en verdeeldheid van Europa, die volgens hem het communisme de kans gaf toe te slaan. Dankzij het nationaal-socialisme van Hitler zou dit ‘gevaar’ op afstand worden gehouden, zo hield de NSB-leider zijn gehoor voor, waardoor de noodzaak van Europese eenheid werd vastgesteld.

 

Na de Tweede Wereldoorlog maakte de gedachte opgeld, dat onderlinge handel tussen de Europese landen de beste garanties bood tegen oorlog. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd daartoe in 1950 opgericht, met Nederland als een van de eerste leden. Zeven jaar later wordt de EGKS omgevormd tot de Europese Economische Gemeenschap (EEG), door het Verdrag van Rome. De opmaat naar de huidige EU. Vanaf 1979 kunnen burgers in de dan 9 Europese landen voor het eerst rechtstreeks de Europarlementariërs kiezen, een Europese regering en de euro volgden.

 Dat de idealisten die de EGKS vormden het goed zagen, bewijzen  onder meer Zwitserland en Zweden, met hun door vrijhandelsverdragen florerende economieën, terwijl zij wel hun soevereiniteit behielden. Handelsverdragen tussen de diverse volkeren zijn, zeker tijdens de toch wel kritieke jaren na de Tweede Wereldoorlog en in de Koude Oorlog, succesvol gebleken.

Waar in het oosten van Europa de Sovjet-Unie stelselmatig uiteenviel, zien we in West Europa een nieuwe ‘gedwongen’ statenbond opkomen, die steeds meer trekjes krijgt van de destijds door West-Europese regeringen zo verfoeide Sovjet Unie, waar de macht berustte bij de apparatsjiks in Moskou. In de EU zien we nu hetzelfde gebeuren. Steeds meer macht komt op het bordje van ‘Brussel’, de soevereiniteit van de diverse lidstaten wordt steeds verder ingeperkt. Duitsland pakt meer en meer de leidende rol.

 

De geschiedenis leert, dat dit op den duur slechts leidt tot burgeroorlogen. De Europese leiders schieten daarmee in eigen voet. Dreigen dat buiten de EU slechts oorlog en armoede op de loer liggen, is door de geschiedenis achterhaald. Dreigen met hel en verdoemenis als een land buiten de EU komt te staan is dat ook, met Zwitserland en Noorwegen in het achterhoofd. Onzekerheid lijkt de Europese leiders parten te spelen. Stel, dat het na een Brexit met de Britten economisch gezien veel beter gaat?

 

De Europese leiders hebben dringend behoefte aan een lesje in nederigheid. De enige garantie voor vrede is namelijk de EU terugbrengen tot waar die voor stond: handelsverdragen tussen soevereine Europese landen. Want als we aan elkaar kunnen verdienen, kijken we wel uit om elkaar te bestrijden.

 

 

 

‘En nu…vooruit!’

Nu de uitslag van het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne niets aan duidelijkheid overlaat, is het tijd om alles eens op een rijtje te zetten. Als het referendum één ding aantoont, is het wel dat het Nederlandse volk weinig moet hebben van het verdrag en dat het voor-kamp verpletterend is verslagen. Lag dat aan de gevoerde campagnes van zowel ‘voor’ als ‘tegen’? Beide kampen hebben fel campagne gevoerd en daarmee het referendum onder de aandacht van de kiezers gebracht. Aan de campagnes heeft het niet gelegen. Veel radio- en televisieprogramma’s en krantenpagina’s leken wel advertenties om voor het verdrag te stemmen. Een schande voor de objectieve journalistiek weliswaar, maar dat terzijde. Ondanks dat, stemde 64 procent tegen het verdrag. De politieke elite likt z’n wonden.

Voorstanders roepen verongelijkt, dat het de initiatiefnemers van het referendum niet ging om het associatieverdrag, maar om een poging om Nederland uit de EU te krijgen. Dat is een absoluut non-argument, want vanaf het begin was bekend, dat het te tegenstanders niet alleen om het associatieverdrag te doen was, maar tevens om de stemming over de EU te krijgen en het huidige kabinet een schop tegen de schenen te geven. Daar maakten zij althans geen geheim van. Het associatieverdrag was slechts een ‘voertuig’ om tot een referendum te komen met de EU als onderwerp. Wettelijk gezien kon dat niet anders, GeenPeil had daarom dit handvat gewoonweg nodig. Anders was er al lang een referendum gehouden met de vraag ‘Moet Nederland lid blijven van de EU?’

De initiatiefnemers zijn uitstekend geslaagd in hun opzet. De kiezer stemde niet alleen tegen corruptie en militaire samenwerking met een land, dat mogelijk de MH17 met bijna 200, overwegend Nederlandse, passagiers de lucht uit schoot, tegen de mogelijkheid om productie te verplaatsen naar het veel goedkopere Oekraïne, waardoor banen in Nederland verdwijnen en verhinderde ook dat er bakken geld naar Oekraïne zouden gaan om zogenaamd de corruptie te bestrijden. Een uiterst goede zaak. Want bij dit verdrag zouden slechts het politieke establishment, de rijken en grote bedrijven de winst behalen. Het nee-kamp is er uiterst goed in geslaagd om dat onder de aandacht te brengen.

Daarnaast speelt uiteraard ook mee dat veel inwoners de EU gewoon zat zijn. De Unie bracht weliswaar veel goeds, maar nog meer kwaad, niet in het minst door de euro.  Daarnaast is de EU gewoonweg dictatoriaal en wordt er maandenlang over onzinnige details gediscussieerd. De definitie van wat een kaars is, in 20 talen, is daar een stuitend voorbeeld van. Om nog maar niet te spreken van de eisen, waaraan volgens de EU een kaars moet voldoen. Er is maandenlang over gesteggeld. Terwijl diezelfde EU niet in staat is om het vluchtelingenprobleem onder de knie te krijgen, de problemen in Griekenland zich weer aandienen, het Europees Parlement geen keuze kan maken tussen Brussel en Straatsburg, stuitend duur meubilair en servies wordt aangeschaft en de EU slechts goed is in één ding: geld uitgeven. Geld, dat door de inwoners van de lidstaten moet worden opgebracht.

Niet in het minst speelt ook een rol, dat veel inwoners het gehate, hardvochtige kabinet Rutte II spuugzat zijn.  Dat zelfde kabinet kan aan sympathie winnen, als het luistert naar wat de kiezers in het referendum hebben bepaald. Géén verdrag met een nieuw kaft, geen rare sprongen: Nederland ratificeert niet en blijft buiten het verdrag. Politiek gezien kan dat, dus er is geen enkel probleem.

Het wachten is op eengelegenheid voor een referendum over uittreding van Nederland uit de EU, een ‘Nexit’. Dat zou wel eens faliekant verkeerd kunnen gaan uitpakken voor de EU. Om over een referendum over het voortbestaan van het kabinet Rutte II nog maar te zwijgen. Enfin, over dat laatste wordt volgend jaar beslist in een ander soort referendum: de verkiezingen. Hopelijk winnen dan – met het succes van het referendum in het achterhoofd van de kiezer – de eurosceptische partijen.

Kortom, de Victorie begon op 6 april 2016. Om maar cynisch af te sluiten met de woorden van D66-leider Alexander Pechtold:  ,,En nu vooruit!” Jazeker. Vooruit. Op naar een Nederland zonder inmenging van de EU.


Einde van deze analyse


 

 

Weldenkende kiezer stemt ‘nee’

Voor- en tegenstanders van het associatieverdrag met Oekraïne putten zich uit in hun argumenten. Vooral het politieke establishment laat geen gelegenheid voorbij gaan om te benadrukken, dat we met z’n allen toch vooral ‘voor’ moeten stemmen. In de media krijgt vooral het establishment podia om hun geluid te laten horen, veel interviews met voorstanders lijken eerder een advertentie voor de voorstanders, dan een objectief journalistiek verhaal. Een ‘voor’ zou immers goed zijn voor zowel Oekraïne, Nederland als de EU, een ‘tegen’ zou rampzalige gevolgen hebben. In feite komt het hele verhaal hier op neer: weldenkende, goed opgeleide mensen stemmen voor, als je tegen bent, ben je maar een simpele boerenpummel.

Wat is er eigenlijk op tegen om, ook als goed opgeleid en weldenkend mens, ‘tegen’ te stemmen? Het associatieverdrag voorziet onder meer in militaire samenwerking met Oekraïne. Daarbij kun je de vraag opwerpen: Hoe wenselijk is het, om militair samen te werken met een land, waar nog maar kort geleden een vliegtuig met honderden passagiers, waaronder meest Nederlanders, uit de lucht werd geschoten, de MH17. Toegeven, de schuldvraag is nog niet beantwoord, als dat al ooit zal gebeuren, maar dat zou het alleen nog maar erger maken. Blijkbaar staan de Oekraïners niet te popelen om achter de ware toedracht van de ramp te komen en zeker niet om die te onthullen. Dat roept toch vragen op. Niet alleen over de schuldvraag, maar ook over corruptie.

Ten tweede, hoe wenselijk is het, dat je gaat samenwerken met een land, waarvan in elk geval de premier nog corrupter dan corrupt is. Wat dat betreft komen de Panama Papers op exact het goede moment. Willen wij samenwerken met een land, waarvan de premier miljoenen wegsluist, leeft in weelde, terwijl zijn bevolking crepeert? Laat Oekraïne eerst maar eens de corruptie aanpakken, voordat er wordt samengewerkt met de EU.

Sowieso al twee zwaarwegende argumenten om tegen het associatieverdrag te stemmen. Daar komt nog bij, dat Oekraïne verscheurd wordt door een burgeroorlog, die nog jaren kan duren. Blijkbaar stelt de EU zich niet de vraag, of het wenselijk is om met zo’n land militair samen te gaan werken. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald, geen enkele EU-ingezetene zit erop te wachten om nog meer problemen binnen te halen.

Daarnaast zijn er nog tal van redenen op te noemen om tegen het verdrag te stemmen. Dierenwelzijn, het mogelijk verplaatsen van productie uit EU-landen naar het veel goedkopere Oekraïne. Terwijl hier werknemers goed worden betaald en goede rechten hebben, is dat in veel goedkope landen wel anders. Banenverlies in de EU-lidstaten en een moderne slavernij van Oekraïense arbeiders is het gevolg.

De voorstanders gooien inmiddels bakken met modder naar het nee-kamp. Zo zouden de initiatiefnemers van het referendum niets afweten van het associatieverdrag, het zou hen alleen te doen zijn om Nederland uit de EU te krijgen. Het eerste waag ik te betwijfelen, wat het tweede betreft, hebben ze mijn zegen. En niet alleen die van mij, maar van talloze andere Nederlanders, die het liefst zouden zien dat ons land uit de EU stapt. In die zin is het referendum inderdaad een goede graadmeter over hoe het volk denkt over de EU. De EU heeft ons misschien veel goeds gebracht, maar nog veel meer armoede en ellende. Tijd om ‘dag’ te zeggen dus.

Wie verstandig stemt op 6 april, stemt ‘Nee’. Van dit verdrag wordt namelijk niemand beter, behalve het politieke establishment, dat bij een nee een flinke nederlaag lijdt, ook al zou er niets met het referendum worden gedaan. De smet op het blazoen van het politieke establishment blijft in dat geval. Dát is in het slechtste geval in elk geval nog de winst van het referendum. In het beste geval, als het ‘nee’ een enorme meerderheid krijgt en het kabinet zich er bij neerlegt, is de winst nog groter. De winst zou op z’n best zijn, als ook het politieke establishment bij een overgrote meerderheid van ‘nee’ zou erkennen dat Nederland niets meer in de EU te zoeken heeft, maar dat zal niet snel gebeuren. Al kan een volgend kabinet met een volmondig ‘nee’ eventueel wel aan de slag gaan met het verlaten van de EU door Nederland.

Stemmen op 6 april heeft dus zin en vooral ‘nee’ stemmen heeft zin. Bij een hoge opkomst en een volmondig ‘nee’ valt er in elk geval minder te negeren. Dat is ook een enorm winstpunt van het referendum.


 

Einde van deze analyse


 

 

 

 

Een moestuin? Doe 's normaal!

'Dan verkoop je toch gewoon de boot?' Het was een reclameslogan van een verzekeringsmaatschappij in een Ster-spot, ruim twintig jaar geleden. Er werd niet alleen veel om gelachen, het werd ook een gevleugelde uitspraak in Nederland. Zo van, 'ach als het even tegenzit, dan verkoop je toch gewoon de boot?' Het kenmerk overigens van een goede reclamespot, een tekst, die blijft 'hangen' en een geheel eigen leven gaat leiden.

De uitspraak van staatssecretaris Jetta Klijnsma over mensen, die hun AOW of karig pensioen prima kunnen aanvullen met een moestuin, is inmiddels ook een eigen leven gaan leiden, maar dan op een andere manier. De woorden van Klijnsma wekken vooral ergernis. 'Een moestuin geeft groenten en fruit, daar kun je prima van eten', aldus de staatssecretaris, wiens (forse) wachtgeld overigens na haar ambtsperiode wel verzekerd is.

Hoe denigrerend, hoe neerbuigend is zo'n uitspraak, uit de mond van een lid van het kabinet. Klijnsma behandelt mensen als kleuters. Eigenlijk zegt zij: ,,Nou, als je pensioen niet genoeg is om eten van te kopen, dan neem je toch gewoon een moestuin? Dan heb je genoeg te eten.”. Denigrerender, neerbuigender en meer minachtend naar de bevolking toe kun je het eigenlijk niet hebben.

Is zo'n uitspraak dom? Dan is het wel heel erg gesteld met deze bewindsvrouwe. Een politica met het kaliber van een staatssecretaris mag zo'n uitspraak natuurlijk nooit doen. Het roept herinneringen op aan de jaren dertig, toen Nederland zuchtte onder het beleid van het uiterst hardvochtige kabinet Colijn. De armoede was, mede door het vasthouden van Colijn aan de 'gouden standaard', enorm in Nederland. Om het leed voor de armen wat te verzachten, gaf mevrouw Colijn een recept voor soep van viskoppen, die gratis of voor slechts heel weinig verkrijgbaar waren bij de visboer, het was toch afval. Met dit verschil, dat het hier ging om mevrouw Colijn, niet om de Minister President zelf. Mevrouw Colijn was geen lid van het kabinet. Dat maakt haar recept voor viskoppensoep niet minder denigrerend, maar het heeft niet de lading, die een uitspraak van een minister of staatssecretaris wel heeft.

Als het geen domheid is, waarom deed Klijnsma haar uitspraken dan? Het zou weloverwogen kunnen zijn, maar dat maakt het allemaal nog veel erger. Sommigen geloven dat de politiek wereldwijd bezig is met het formeren van een New World Order (NWO), een nieuwe wereldorde, waarin de bevolking totaal afhankelijk wordt gemaakt van een rijke bovenlaag. Als je ziet wat er in Nederland en binnen de EU momenteel gebeurt, hoef je niet eens een complotdenker te zijn, om te geloven in het invoeren van de NWO. Sommigen fluisteren in dit verband de naam 'Bilderberg-conferentie' als brein achter de NWO, maar keiharde bewijzen daarvoor zijn er niet, slechts vermoedens. Dat is dus een complottheorie, hoewel een complottheorie niet per definitie onjuist hoeft te zijn en/of een kern van waarheid kan bevatten. Feit is wel, dat degenen die geloven in het implementeren van een Nieuwe Wereld Orde in elk geval in Nederland het gelijk aan hun zijde hebben. De kloof tussen arm en rijk neemt zienderogen toe, steeds meer mensen, ook uit de middengroepen, raken in de verdrukking, terwijl de politiestaat voor onze ogen wordt opgetuigd door Klijnsma's collega's Ivo Opstelten en zijn trouwe vazal Fred Teeven.

Laten we het vooralsnog houden op 'domheid' van Klijnsma. Het tekent echter wel het beeld, dat zij heeft van mensen aan de onderkant van de samenleving. Dat een sociaal-democratisch politica zo'n beeld heeft van de samenleving, dat is niet slechts te vatten in het woord 'domheid'. Dat is arrogantie ten top. Wie een politicus als Geert Wilders afrekent op zijn uitspraak 'Minder, minder', moet ook Klijnsma afrekenen op haar 'moestuin-uitspraak'. Discriminatie is discriminatie. In Klijnsma's geval van mensen die aan de onderkant van de samenleving zitten. Want een uitspraak 'dan neem je toch een moestuin' is ronduit discriminerend.

Destijds ontstond er veel ophef over de woordenwisseling van premier Rutte en 'gedoger' Wilders van het kabinet Rutte I: 'Doe 's normaal man' - 'Doe zelf normaal'. Deze discussie werd fel bekritiseerd, maar het is in feite wel, waar de politiek in Nederland op zit te wachten: op iemand, die roept 'Doe 's normaal'.

 

================================================================================================

================================================================================================

 

Vooral de kiezer moet worden opgevoed

'Na het zuur, komt het zoet'. Dat zei voormalig premier Jan Peter Balkenende ooit, als opmaat voor weer een nieuwe bezuinigingsronde. Balkenende blijkt echter een 'profeet die brood eet.' Een profeet schijnt namelijk geen brood tot zich te mogen nemen. Doet hij dat wel, is hij geen echte profeet. Van Balkenende kun je gerust aannemen dat hij 's ochtends een paar sneetjes volkoren wegwerkte en zijn bammetjes voor de lunch meenam naar het Torentje, in een kunststof broodtrommeltje. De man was namelijk de saaiheid zelve. Uitgezonderd als het ging om zijn liefhebberij in auto's, maar dat terzijde.

Het zoet is echter nooit gekomen. De profetie van Balkenende bleek gebakken lucht. De crisis werd zwarter en dieper. Balkenende's CDA, dat fors had ingeleverd bij de Tweede Kamerverkiezingen, mocht nog even aan de macht ruiken, naast de VVD van Mark Rutte in het kabinet Rutte I, dat geen lang leven beschoren was, omdat gedoger Willders met zijn PVV de stekker er – terecht – uit trok. Regeren is namelijk meer dan snoeihard bezuinigen, het is vooruitzien.

De huidige regeringspartijen VVD en PvdA hebben dat echter niet begrepen. Beiden stapten in een kabinet, zonder zich te verzekeren van voldoende steun in de Eerste Kamer. Achteraf maar goed ook, want dit kabinet is het hardvochtigste dat Nederland ooit heeft gekend. Van het kabinet Colijn in de dertiger jaren valt veel te zeggen, maar mevrouw Colijn gaf de armen tenminste nog een recept om soep te maken van vissenkoppen. Rutte bezuinigt alleen maar op de mensen, die het minst hebben, zonder ze ook maar één enkele oplossing aan te reiken. Ouderen, zieken, gehandicapten, mensen zonder werk. Het kabinet zegt doodleuk 'Zoekt u het maar uit'. Verzorgingshuizen worden gesloten, ouderen moeten weer bij hun kinderen gaan wonen en dan komt als een duveltje uit een doosje een korting op de AOW tevoorschijn. Hoe hardvochtig kun je zijn. Bijstandsuitkeringen worden verlaagd, om mensen te prikkelen werk te zoeken. Wélk werk? Als er geen werk is, kun je mensen prikkelen wat je wilt, maar dan kunnen ze gewoonweg niet aan het werk. Bovendien gaat tegelijkertijd de pensioengerechtigde leeftijd omhoog, zodat ouderen langer moeten doorwerken, dus een arbeidsplaats langer bezet houden. Verlaging van de pensioenleeftijd was realistischer geweest. In de jaren tachtig bleek dat een goed middel om mensen aan het werk te krijgen.

De minstbedeelden betalen verder het gelag door een verhuurdersheffing, waardoor woningcorporaties de huren sterk laten stijgen. Tegelijkertijd is het vrijwel niet mogelijk voor deze groep om een hypotheek te bemachtigen voor een goedkope koopwoning. Hiermee los je als regering geen probleem op, je máákt een probleem.

Zo zijn er tal van voorbeelden, waarbij de rijken worden ontzien en de armen het gelag betalen. Tegelijkertijd gaan er bakken geld naar de geldverslindende EU. Steeds meer mensen – nu al 800.000 – kunnen hun zorgpremie niet eens meer betalen. Een forse verhoging per 1 januari 2015 lijkt voor de hand te liggen. Gevolg daarvan is, dat nog meer mensen in problemen raken. Een regering die dat niet ziet, kijkt niet vooruit, maar is stekeblind. De helicopterview ontbreekt, er is geen overzicht. Er wordt hervormd om het hervormen.

Sommige zaken moet je gewoonwweg voor lief nemen. Zoals hogere kosten voor de zorg in een vergrijzende samenleving. Dan maar minder geld naar ontwikkelingssamenwerking. Of uit de EU stappen en de miljarden, die daardoor bespaard worden, investeren in de zorg in eigen land, of niet meer deelnemen aan dure vredesmissies. Pak de grote graaiers in de zorg aan, maak van private zorgverzekeraars weer 'ouderwetse' ziekenfondsen, onder staatstoezicht, met ambtelijke directies, die een normaal ambtenarensalaris krijgen. Doe iets aan de exorbitant hoge prijzen voor medicijnen, die in Duitsland soms minder dan de helft kosten. Er valt een wereld te winnen in de zorg, als het om kosten gaat, zonder te hoeven bezuinigen op handen aan het bed. Maak van ziekenhuizen ook staatsinstellingen, zodat je de kosten in de hand kunt houden.

Op die manier kun je wel even doorgaan. Het openbaar vervoer bijvoorbeeld, een bedrijf als NS en de belangrijkste busmaatschappijen horen in handen te zijn van de staat. Net als energie- en waterleidingbedrijven. Die kunnen immers veel goedkoper leveren als het staatsbedrijven zijn, dan als private bedrijven, met grootverdieners aan te top en grijpgrage aandeelhouders.

De privatisering hebben we vooral te danken aan VVD en CDA. Het CDA mag dan wel tranen met tuiten huilen, tot voor kort spraken de christendemocraten vooral de VVD naar de mond. De vraag is, of het allemaal op te lossen is. Als er nu verkiezingen zouden komen, zou D66 als een van de grootste partijen uit de bus komen, zo niet als grootste. Een partij, die nog hardvochtiger en in elk geval zo mogelijk nog meer regentesk is dan de VVD. Want de kiezer stemt niet op een programma, maar op trendy. Een vlotte babbel, een goed zittend maatpak. Aandacht voor minderbedeelden is nu eenmaal niet 'sexy', de wereld van nu vereenzelvigt zich graag met winnaars, mensen bij wie het geld ongebreideld uit de flappentap komt.

De leus 'Nederland sterker en socialer' maakt daarom geen enkele kans tegen 'En nu vooruit', dat associaties oproept met de jacht naar geld en succes. Wie daar schuldig aan is? Een volk kiest de volksvertegenwoordigers, die het wil. Die keuze komt voort uit de mentaliteit van de kiezer. Die vereenzelvigt zich juist niet met degenen, die onze steun het meest behoeven, maar met winnaars. Graaiers, aandeelhouders, hoogopgeleiden met topbanen.

De kiezer moet worden opgevoed. Leren wat een goede, sterke en sociale samenleving inhoudt. Misschien is in dat licht gezien het 'ouderwetse' communistische systeem zo gek nog niet. Het was ook niet alles, maar graaiers kwamen er – uitgezonderd de absolute top – niet voor. Dat mensen niet vrij waren in hun doen en laten was een ongewenste uitwas van het communisme, dat daardoor een slechte naam verwierf.

Misschien zou er een nieuwe Marcus Bakker in dit land moeten opstaan. Iemand, die een nieuwe politiek predikt. Nieuw elan, een staatsman met een sociale visie. Zolang Nederland zo iemand ontbeert, ziet het er somber uit voor velen, die afhankelijk zijn van een sociaal Nederland. Daarbij komt, dat de welvarenden zeker niet bereid zullen zijn om ook maar één euro per jaar in te leveren voor de armen. Want arm is niet sexy. Dat is het echte probleem, dat 'hervormd' moet worden. Hoe, dat is echter de grote vraag. Waarschijnlijk komt er pas voortschrijdend inzicht als het te laat is, en dit land totaal naar de gallemiezen is geholpen.

================================================================================================

================================================================================================

 

Wilders is perfecte bliksemafleider

De enige echte gedoger van het kabinet RutteII heet sinds 19 maart Geert Wilders. Ongewild weliswaar, maar toch. Door de Marokkanen-uitspraak van Wilders gaat nu alle aandacht naar hem en naar zijn PVV. Als hij die uitspraak niet gedaan had, waren tal van politici, journalisten en politieke duiders de volgende dag op het enorme verlies van PvdA en VVD gedoken, met de vraag 'Welk mandaat heeft het kabinet RutteII nog'. Om die vraag zou het in talkshows als Pauw en Witteman de volgende dag zeker gedraaid hebben. Nu ging het uitsluitend over de uitspraak van Wilders. De aandacht voor de uitkomst van de verkiezingen – en daarmee voor het echte probleem – is totaal verdwenen.

Daarmee is meteen benoemd, waarover de discussie écht zou moeten gaan: over de keuze van de kiezer, die de regeringspartijen in één klap wegvaagde van het lokale toneel, daarmee uitdrukking gevend aan de brede onvrede over het kabinetsbeleid.

Wilders' uitspraak daarentegen was uiterst ongelukkig en gedaan in de euforie van een overwinningsroes. De winst van de PVV wordt weliswaar in diverse media betiteld als nederlaag, maar de PVV werd ondanks minder stemmen dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen wel de grootste in Almere en de tweede partij in Den Haag. Afgezet tegen het forse verlies van PvdA en VVD kan dat gerust een prima prestatie worden genoemd, los van de vraag of je het met Wilders eens bent, of niet. Als de PVV in meer gemeenten had meegedaan, waren ze ongetwijfeld in diverse plaatsen de raad binnengekomen met een flink aantal zetels. Heel wat kiezers, die nu uit onvrede op lokale partijen stemden, hadden dan naar alle waarschijnlijkheid hun stem gegeven aan de PVV.

Het incident rond Wilders over minder Marokkanen is voor Mark Rutte en Diederik Samsom een geschenk uit de hemel. Een betere 'gedoger' van het kabinet konden ze zich niet voorstellen. Op de partijburelen van VVD en PvdA zijn ongetwijfeld vele zuchten van verlichting geslaakt. De focus van de kritische media ligt niet op hen, maar uitgerekend op een oppositiepartij.

Dat er ophef is ontstaan over de uitspraken van Wilders is terecht. Wat hij heeft gezegd, kan niet door de beugel en is op geen enkele wijze goed te praten. Het is echter een bekend probleem, Wilders doet al jarenlang boude uitspraken, op zoek naar de grenzen van het betamelijke. Dat de media zich nu vol op Wilders en zijn PVV hebben gestort, leidt echter volledig af van het echte probleem: dat van een kabinet, dat electoraal gezien elke grondslag mist. Amsterdams burgemeester Eberhard van der Laan had niet in Pauw en Witteman moeten zitten praten over zijn onvrede wat betreft de uitspraken van Wilders, maar over het totaal wegvagen van de PvdA in zijn stad door D66. Zowel Rutte en Samsom hadden aan tafel moeten plaatsnemen, om de vraag voorgelegd te krijgen met welk mandaat zij nog regeren en welke bruggen zij de afgelopen regeerperiode tussen kabinet en kiezer hebben geslagen. Want dat is toch nog altijd het thema van het kabinet: 'Bruggen slaan'. Afgaande op de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen, is dat in geen enkel opzicht gelukt.

Wilders fungeert in dezen als een perfecte bliksemafleider. Terwijl alle pijlen zich richten op de PVV, prijzen de echte hoofdrolspelers in dit electorale debacle zich gelukkig. Wilders heeft het ongewild toch maar mooi voor hen opgeknapt. Dat is uiteindelijk de winst voor VVD en PvdA. In deze voor hen slechte tijden is geen aandacht beter dan de spotlights van kritische media. Rutte en Samsom komen er mee weg. Ongewild, maar vooral ook onterecht. De discussie gaat namelijk niet meer over de verkiezingen, maar over een standpunt van één partij. Een verwerpelijk standpunt weliswaar, maar dat dit kabinet ongehinderd zijn gang kan blijven gaan, is eigenlijk net zo verwerpelijk.

 

Gemeenteraadsverkiezingen gaan niet over landelijk beleid

Het deugt van geen kanten, dat de gemeenteraadsverkiezingen zo worden 'gekaapt' door landelijke politici als nu gebeurt. Gemeenteraadsverkiezingen gaan over politiek op lokaal niveau, niet over landelijke vraagstukken of het kabinetsbeleid. Natuurlijk, de landelijke lijn van bijvoorbeeld het CDA wordt in zekere zin ook lokaal doorgezet. Zij het, dat er lokaal vaak heel andere vraagstukken spelen dan landelijk. Goed beschouwd zijn er heel weinig lokale onderwerpen te bedenken, die landelijke uitstraling hebben.

Dat er landelijke politici naar een gemeente worden gehaald voor een 'optreden' tijdens een verkiezingsavond, is op zich nog te verdedigen. Het landelijke 'kopstuk', een Tweede Kamerlid, fractievoorzitter in de Tweede Kamer, staatssecretaris of minister, kan een stemmenmagneet zijn die, mits goed bekend met de lokale politiek, zaken die in een gemeente spelen helder en duidelijk kan uitleggen.

Daar zou het dan wel bij moeten blijven. In aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart worden we ondergedompeld in debatten met alle landelijke kopstukken, die allemaal hun 'Haagse' thema's verdedigen. Die Haagse messen slijpen, hun zetels in de Tweede Kamer veilig willen stellen, als waren het landelijke verkiezingen.

Wat deze politici totaal niet snappen, is dat kiezers lokaal totaal anders kunnen stemmen dan landelijk. Persoonlijk heb ik ooit eens mijn stem gegeven aan de lokale SGP, omdat die partij zich opwierp voor een goed monumentenbeleid in mijn woonplaats en zeer veel plaatselijk historisch besef had. Iets, dat in de gemeenteraad op dat moment totaal ontbrak bij andere partijen, veel mooie, monumentale panden waren al gesneuveld onder de slopershamer. Iets waar de SGP vierkant tegen was.

Wat ook meespeelde, was dat er toen nog geen lokale partij was, die zich daarvoor opwierp. Dat de SGP enkele andere dingen wilde, waar ik minder gecharmeerd van was, nam ik dan maar voor lief, ik stemde puur voor een lokaal item. Terwijl ik bij Tweede Kamerverkiezingen nooit op de SGP zou stemmen. Een saillant detail is overigens wel, dat de toenmalige plaatselijke lijsttrekker van de SGP thans Tweede Kamerlid is voor zijn partij.

Veel kiezers stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen niet op een landelijke, maar op een lokale partij. Ook dat maakt, dat de uitslag zo maar niet landelijk 'gekaapt' of vertaald mag worden. Lokale partijen richten zich op puur lokale zaken. Dat is een goede zaak. Bovendien zijn het partijen, die meestal bestaan uit betrokken inwoners en niet uit welvarende hogeropgeleiden, die slechts betrokken zijn bij het wel en wee van andere welvarende hoogopgeleiden. Een trend, die de afgelopen jaren zowel op lokaal als landelijk niveau steeds meer zichtbaar wordt: de hogeropgeleiden als de nieuwe 'Ons Soort Mensen', die alles voor zichzelf reserveren. Wie geen hogere of academische opleiding heeft, maar toch betrokken is en iets voor zijn of haar woonplaats wil doen, wordt zo vanzelf een lokale partij in gedwongen.

De paniek van de landelijke politici, van sommige partijen althans, kan ik mij voorstellen. De euforie ook. Natuurlijk, de gemeenteraadsverkiezingen zijn tevens een graadmeter voor het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren. De gemeenteraadsverkiezingen zijn echter meer dan dat. Het zijn verkiezingen voor de plaatselijke 'parlementen', waar plaatselijke items spelen, die niets met de landelijke politiek van doen hebben. Wat er nu gebeurt, is dat de lokale politiek door landelijke politici gekoppeld wordt aan het landelijke beleid en daarmee als graadmeter wordt gebruikt voor wat er op landelijk niveau speelt.

Dat is verkeerd. Gemeenteraadsverkiezingen horen te gaan over gemeenteraden en gemeentelijke zaken. Moet die nieuwbouwwijk er komen, of juist niet? Kiezen we voor die rondweg, waarover al jaren gesteggeld wordt? Hoe is het gesteld met de plaatselijke scholen? Hoe kunnen we voldoende geld vrijmaken voor de restauratie van de monumentale kerktoren? Dat soort vragen, daar is de gemeenteraad voor.

Lokale politici staan dicht bij de inwoners. De betrouwbare wethouder, waarvan bijna iedereen in de stad of het dorp het telefoonnummer kent, die zaken voor inwoners oplost. Het gemeenteraadslid, dat op de fiets stapt om een inwoner met klachten over het beleid te bezoeken en die vervolgens aankaart bij ambtenaren of in de gemeenteraad. Dát zijn lokale politici. Mensen, waar de inwoners op aan kunnen. Niet de landelijke politici, die tegenwoordig veelal als zakkenvullers worden gezien.

Wat er nu gebeurt, is dat deze lokale mensen op de achtergrond worden gezet, om falend landelijk beleid of te verheerlijken, zoals VVD, PvdA, ChristenUnie, D66 en SGP doen, of om het te bekritiseren, wat de oppositiepartijen in de Tweede Kamer doen. Kiezers worden daardoor op het verkeerde been gezet. Waarom zou je eigenlijk op de VVD van die gehate Rutte stemmen? Maar lokaal zit er wel een uiterst capabele, betrouwbare en sociale wethouder van VVD-huize. De landelijke PvdA, die in haar sociale beleid haast nog hardvochtiger is dan de VVD, die lokaal een fractie heeft, die zeker wel betrokken en sociaal is en opkomt voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Zomaar twee voorbeelden, waar de bemoeienis van landelijke politieke kopstukken lokale politici op achterstand zet.

Gemeenteraadsverkiezingen horen primair te gaan over gemeenteraden. Landelijke verkiezingen over het regeringsbeleid. De kiezer behoort in alle rust zijn of haar lokale keuze te kunnen maken, die lokaal bij hem of haar past, ongehinderd door over elkaar heen buitelende landelijke politici. Je zou er haast naar gaan verlangen, dat er aan gemeenteraadsverkiezingen alleen lokale partijen mee zouden mogen doen. Dan sluit je in elk geval uit, dat ze landelijk 'gekaapt' worden.

 

De vrije val van Diederik Samsom

Politicus of managementsdeskundige hoef je er niet voor te zijn, om te zien dat de heer D. Samsom, fractieleider van de Partij van de Arbeid, momenteel wild om zich heen slaat. Samsom, die ruzie maakt met D66=leider Pechtold, de 'geliefde oppositie', Samsom, die zegt dat PvdA-minister Plasterk de 'commissie Stiekem' informatie heeft verstrekt omtrent afluisteren, terwijl andere fractievoorzitters die met hem in diezelfde commissie zitten, dat te vuur en te zwaard bestrijden. Samsom's ja, tegen het nee van de rest. CDA-voorman Sybrand van Haersma Buma, die hem 'dommer dan dom' noemt in deze zaak. Een vrijere val is er in de politiek bijna niet.

Samsom die autoritair van zich af bijt, die naar verluidt in zijn fractie geen enkele tegenspraak duldt. Het zijn tekenen van een vallende leider, die wild om zich heen slaat, om de onafwendbare spiraal van de val te voorkomen. Iedereen om hem heen ziet dat, behalve de vallende leider zelf. Zo gaat het in de politiek, zo gaat het ook in het bedrijfsleven.

Een vergelijk met Samsom's voorganger Job Cohen dringt zich op. 'Er is er maar één de baas in de partij en dat ben ik,' fulmineerde hij, nog geen week voordat hij aan zijn stutten moest trekken als partijleider. Samsom zegt het niet met zoveel woorden, maar brengt het wel in de praktijk. Evenals voor Cohen, moeten de druiven voor Samsom zuurder dan zuur zijn op dit moment.

Het duidelijke kenmerk van de val van een leider is, dat hij zich steeds meer isoleert en dat is ook bij Samsom het geval. Samsom komt steeds meer alleen te staan. Zijn fractie duldt hem blijkbaar nog, onduidelijk is of ze nog onvoorwaardelijk achter hun voorzitter staan, of loyaliteit veinzen, omdat een interne crisis de PvdA alleen nog maar verder in problemen kan brengen. Intussen spartelt Samsom verder, als een vis aan de lijn van de sportvisser, die weet dat hij uit zijn element getrokken gaat worden, maar zich daar tot het uiterste tegen verzet, in de hoop dat de haak uit zijn bek getrokken wordt en slechts een wond achterlaat, of de lijn uiteindelijk breekt.

Samsom, het moest wel slecht met hem aflopen. Eerst was er Diederik, het boze 'jongetje', dat best wat krediet had in de fractie. Het boze jongetje werd lijsttrekker, toen kwamen de mannetjesmakers, die van hem een 'premierwaardige' kandidaat maakten. Diederik werd in een pak gehesen dat niet bij hem past, hij werd 'Samsom', de premierwaardige kandidaat, die premierwaardig praat en premierwaardig handelt. Echter, in zijn hart bleef hij Diederik, het boze jongetje, dat gedwongen werd een rol te spelen die hem niet past. Diederik had Diederik moeten blijven, oorspronkelijk als hij was. Dan had hij meer bereikt dan hij nu ooit zal bereiken.

Maar Diederik wilde meer, het hoogste. Partijleider worden, wellicht wel premier. Daar moest alles voor wijken, zelfs zijn gezin, waarmee hij zo uitgebreid koketteerde tijdens de laatste campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Benieuwd overigens, of de zorg voor zijn dochter Benthe, met een beperking, er zoveel beter op is geworden, de afgelopen jaren. Terwijl Samsom toch altijd zei dat Benthe 'zijn maatstaf' was. Daarop terugkijkend zeg ik dan: arme Benthe.

Het is de vraag of Samsom de volgende verkiezingen haalt. De tekenen zijn uiterst ongunstig. Het is dat het de PvdA er alles aan gelegen is, om de rijen te sluiten, anders had Samsom waarschijnlijk zijn biezen al kunnen pakken. Zolang het besef blijft, dat een crisis de vrije val van de PvdA zou inluiden, blijft Samsom nog wel even zitten. Zodra echter het besef doordringt dat Samsom zelf de oorzaak is van de vrije val die de PvdA momenteel doormaakt, of dat zijn vertrek de voor de PvdA broodnodige stemmenwinst zal opleveren, zal de fractie zich tegen hem keren. Dan is het exit Samsom. Dat moet ook Samsom tot in zijn tenen voelen.

Samsom bungelt, dat is wel duidelijk. Al heeft hij eerder gestunt, door volkomen onverwacht tot partijleider gekozen te worden en door zijn partij vanuit het niets een klappende electorale overwinning te laten behalen. Stunten lijkt de geplaagde PvdA-leider nu niet meer te redden, de voortekenen voor Samsom zijn ongunstig. Alle seinen staan voor hem op geel en dat is een voorbode voor rood. Nota bene de kleur van zijn eigen partij, waarin velen hem verwijten dat hij het rood van de PvdA heeft uitverkocht voor het oranje/blauw van coalitiepartner VVD.

Arme Diederik. Als idealist had hij beter verdiend. Hij had de idealist moeten blijven. Het boze jongetje. Dat was zijn kracht. Nu is het uiteindelijk zijn eigen arrogantie, die hem de das omdoet.

 

Adieu, Weekers!

Staatssecretaris Frans Weekers is exit. Een van de 'brekebenen' van dit kabinet is vanaf vandaag geen bewindspersoon meer. Velen slaken een zucht van verlichting, na de verlossende woorden van de tot op het bot geprangde Weekers, woensdagavond.

Vanaf het begin heeft er om Weekers een zweem van onbetrouwbaarheid gehangen. Dat kwam niet in het minst door zijn politieke vrind Jos van Rey. Nu kun je Van Rey snoeihard veroordelen, hij heeft ook zeker dingen fout gedaan als wethouder, maar niemand zal kunnen ontkennen dat hij in Roermond, tot het aantreden van Van Rey een wat slaperig Limburgs stadje, wel iets tot stand heeft gebracht. Met andere woorden: Van Rey heeft wel terdege iets betekend voor de stad, waar hij wethouder was. Van Weekers valt daarentegen nauwelijks te zeggen dat hij politieke betekenis heeft gehad. Dat hij politieke vrinden is met Van Rey, maakt hem echter niet tot een outcast. In de politiek is vriendschap ook niet zoveel waard: vandaag zijn het je vrinden, morgen je tegenstrevers.

Wat zeker niet pleit voor Weekers, is de manier, waarop hij opnieuw Motorrijtuigenbelasting invoerde voor oldtimer auto's van 30 tot 40 jaar oud. Dat deed hij op basis van een ambtelijk rapport, waarvan hij wist dat het niet ging over auto's van 30 tot 40 jaar, maar over 20 tot 30-jarige auto's, waarmee wel vaker dagelijks wordt gereden. Het was Weekers verteld, maar hij walste daar gewoon overheen, stelde zich keihard en zeer onbuigzaam op, informeerde de Tweede en Eerste Kamer daarmee bewust fout – een politieke doodzonde – maar kwam er mee weg.

De beide Kamers keurden het wetsvoorstel nog goed ook. Dat is Weekers overigens niet aan te rekenen, maar wel de Tweede en de Eerste Kamer. Die hadden beter moeten weten, want ook daar was in brede kring bekend dat het rapport fout was. Het tekent vooral de kwaliteit van onze volksvertegenwoordigers. Wat Weekers betreft moet ik nog wel iets positiefs zeggen over hem in deze kwestie. Enige belangenverstrengeling kan hem in deze zaak niet worden verweten, hij is immers zelf oldtimerbezitter.

Dan is er nog de 'Bulgarenfraude'. Dat die onterecht allerlei toeslagen kregen en in Bulgarije Nederland gezien werd als een enorme pinautomaat, kan in eerste instantie ook niet op het conto van Weekers worden bijgeschreven, dat speelde al voor zijn aantreden. De manier waarop Weekers dit akkefietje oploste, was echter dermate onhandig, dat de Kamer daar terecht over viel. Van de frauderende Bulgaren, werden er slechts enkelen getraceerd. Terwijl ze heel simpel toeslagen konden aanvragen en incasseren in het verleden. Hier had Weekers alles op alles moeten zetten, om de fraudeurs aan te pakken.

Dat hij nu is gestruikeld over de toeslagenkwestie, is niet vreemd. Weekers gold, zeker door de Bulgarenkwestie, als aangeschoten wild. Dat hij in feite zei dat het nog wel meevalt als mensen met een minimuminkomen hun toeslagen niet op tijd ontvangen, werkte niet mee. Als je moet betalen, is de Belastingdienst er als de kippen bij, als je geld terugkrijgt, is het blijkbaar minder erg als je moet wachten. Zoiets maakt een bewindspersoon er niet geloofwaardiger op. De vraag is echter wel, of Weekers wel de macht had om fors in te grijpen bij de Belastingdienst en of de Tweede Kamer op dat punt niet overvroeg. Wat betreft de Bulgarenfraude had de Kamer recht van spreken. In dit geval was het anders. Weekers kwam in een spagaat, of werd door de Kamer bewust in een spagaat gebracht en vervolgens geofferd door zijn eigen partijtop, om daadkracht te laten zien voor de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Het optreden van Weekers als staatssecretaris verdient zeker niet de schoonheidsprijs. Zijn vertrek echter ook niet. Al was zijn vertrek wel het beste. Weekers was gewoon een maatje te licht voor deze functie. Het is wel te hopen dat zijn opvolger de Motorrijtuigenbelasting op oldtimers terug draait, die er met een drogreden is gekomen en waarover de Stichting Autobelangen inmiddels de Staat heeft gedagvaard. Hier worden mensen namelijk onterecht gepakt en overal in Europa ligt de grens voor Motorrijtuigenbelasting op 30 jaar. Het zou de VVD in elk geval iets meer krediet opleveren bij de kiezer.

Ook is het te hopen, dat zijn opvolger de namen en rekeningnummers van de frauderende Bulgaren wel kan traceren. Dat lijkt me niet zo moeilijk, ze waren immers bekend, vanwege het storten van de toeslagen, die zij onterecht ontvingen. Als we in Nederland mensen kunnen traceren op basis van hun rekeningnummer en Burgerservicenummer, moet dat in Bulgarije ook kunnen. Kwestie van op je poot spelen.

Misschien zien we Weekers ooit nog 's terug in de politiek. In Europa, of in Limburg. Al is het maar als wethouder voor de nieuwe partij van zijn vrind, Jos van Rey. Politiek is lessen trekken. In het geval van Weekers kan hij daar vooral zelf lessen uit trekken. Meer inzet op de Bulgarenfraude had hem meer krediet opgeleverd dan zijn snoeiharde opstelling tegenover de oldtimerbezitters. Uiteindelijk had at waarschijnlijk ook meer geld opgeleverd dan de Motorrijtuigenbelasting op oldtimers opbrengt. Want die worden momenteel massaal verkocht. Waardoor Weekers misschien wel een koekje van eigen deeg krijgt: verkocht en verraden door de Tweede Kamer en zijn eigen partijtop. Het kan verkeren. Velen zijn er blij mee, dat deze staatssecretaris het veld heeft geruimd. Al geldt ook hier: je weet wat je hebt, niet wat je er voor terugkrijgt.

 

Het CDA heeft negen levens

Het CDA mag zich in wat meer populariteit verhogen de laatste tijd. Geen wonder, nu de combinatie VVD en PvdA in een kabinet tegen lijkt te vallen. Het CDA lijkt te profiteren van haar oppositierol. Maar hoe betrouwbaar is het CDA eigenlijk?

Het is al ruim dertig jaar geleden, maar wie herinnert zich nog 'Bestek '81', het gehate bezuinigingsproject van het toenmalige, el even gehate CDA/VVD-kabinet Van Agt/Wiegel? De bezuinigingsronde, waarin de sociaal zwakkeren, zieken en minima totaal werden uitgeknepen? De titel van het stuk klopte: 'Bestek', maar dat was dan ook het enige. Het eten op het bord moesten velen er bij denken.

Als de waarheid hard was, trok het CDA in de late jaren zeventig en begin jaren tachtig de joker uit de kast. Die joker was Jan de Koning, die loog als een gasmeter en hard was als beton, hoewel je dat aan deze op het eerste gezicht vriendelijke pijproker niet afzag. Dat Jan de Koning aan de eerste leugen niet was gebarsten, bewijst zijn bezuiniging op de uitkeringen, ergens begin jaren tachtig, toen hij minister was in het kabinet Van Agt/Wiegel. Over die bezuiniging was destijds nogal wat commotie vooraf. ,,Het is een bruto bezuiniging,” loog De Koning. ,,Het bedrag dat de mensen in guldens krijgen, blijft gelijk, maar bruto wordt de uitkering minder. De mensen merken er dus niets van, maar we bezuinigen wel.” Dat Jan de Koning loog dat hij barstte, bleek voor de uitkeringsgerechtigden toen de eerste afrekening kwam. Het bedrag in guldens was wel terdege fors lager. Er werd dus wel terdege bezuinigd op de netto uitkeringen. Opmerkelijk is dat Jan de Koning hier achteraf nooit kritische vragen over heeft gehad, noch uit de Tweede Kamer, noch uit de journalistieke hoek.

Oud-premier Van Agt was er op zijn beurt ook geen ster in om de waarheid te vertellen. Zijn opvolger, Ruud Lubbers, loog en bedroog er ook op los dat het een lieve lust was. Lubbers bestond het zelfs om aan het eind van zijn loopbaan zijn opvolger Eelco Brinkman onderuit te halen.

Een vos als het CDA verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken. De huidige leider van het CDA, Sybrand van Haersma Buma, oogt als een zeer betrouwbaar politicus. Je zou hem bij wijze van spreken zo je portemonnee meegeven. Eén waarschuwing, doe het niet. Het CDA heeft de afgelopen decennia namelijk nooit een sociaal gezicht getoond, op geen enkel gebied. Vandaag de dag gebeurt dat nog steeds niet, het is alleen de oppositierol die het CDA een sociaal gezicht lijkt te geven. Maar let op: wie goed luistert, weet dat minima, zieken en sociaal zwakkeren ook nu vrijwel net zo slecht af zouden zijn met het CDA, dan met VVD en PvdA. Waar de VVD meer de partij is voor de graaiers en de 'nieuwe rijken', is het CDA vooral de partij van 'oud geld'. Van hebben, houden en bewaren.

CDA en sociaal, het zijn twee termen die nooit bij elkaar hebben gepast. Hoezeer in het verleden ook gehamerd is op 'het sociale gezicht van het CDA', het is nooit gelukt om he tte verwezenlijken. Zelfs niet met een lijsttrekker van vooraanstaande 'boeren-adel' met een dubbele naam. Dan weet je, dat het sociale gezicht ver te zoeken is, wat van Haersma Buma uitstraalt, is een en al 'hebben, houden en bewaren'. Hoe sociaal hij ook moge lijken.

Het CDA, het blijft een partij van gladjanussen, die dan weer de taal van de VVD spreken, om enkele jaren daarna weer de PvdA op het schild te hijsen. Een partij, die links kan praten, maar rechts doen en omgekeerd. Iets dat we ook kennen van de huidige PvdA. Van die partij verwachtten de kiezers dat in eerste instantie niet, van het CDA daarentegen kun je het wél verwachten. Het CDA kan alle kanten op. Links, rechts, rechtdoor, achteruit, maar – dat is uit het verleden wel gebleken – nimmer recht door zee. Daar hadden we ooit die andere partij voor, Trots op Nederland (TON) van Rita Verdonk. Iets, dat het CDA overigens ook claimt, dat het trots is op Nederland. Met TON is het nooit wat geworden. Het CDA is de afgelopen jaren hard achteruit gekacheld. Al zou je er best je geld op kunnen zetten, dat ze glad genoeg zijn om weer terug te komen. Nog harder en nog meedogenlozer dan eerder. Het christelijke equivalent van de VVD. Of van de PvdA, als het ze past. Maar nooit met een eigen mening. Het CDA is nu eenmaal net een kat, met negen levens. Poeslief spinnend en kopjes gevend als het nodig is, maar in staat om binnen een seconde te veranderen in een roofdier met vlijmscherpe tanden en vervaarlijke klauwen, waar je niet in wilt vallen.

 

Nederland heeft behoefte aan nieuw leiderschap

De laatste jaren toont de politiek in Nederland vooral haar onmacht aan. Ondanks de social media is het contact met de bevolking volledig verloren gegaan. Mensen worden volledig uitgebuit, financieel uitgekleed, de zorgsector wordt totaal afgebroken. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Is Nederland eigenlijk nog wel gebaat met het huidige democratisch stelsel, waarbij de rijen van regering en oppositie zich onmiddellijk sluiten als de burger financieel gepakt moet worden, zoals bij het Lenteakkoord, maar ook het akkoord van het kabinet met D66, ChristenUnie en SGP? Voor de partijen SP en PVV moet ik een uitzondering maken, die produceren nog altijd een eigen geluid, maar staan te ver van elkaar af om een vuist te kunnen maken. Laat staan dat ze ooit samen een meerderheidsregering zouden kunnen vormen, omdat de een de ander uitsluit.

Is er nog een rol weggelegd voor de democratie in haar huidige vorm? Dat valt in twijfel te trekken. Waar Nederland behoefte aan heeft, is leiderschap en die is bij de huidige politieke partijen ver te zoeken. Beter zou zijn om de regering, de Eerste en Tweede Kamer te ontbinden en de macht tijdelijk in handen te leggen van één persoon, die capabel is en humaan. Iemand, die Nederland in vier tot vijf jaar weer naar een nieuwe democratie kan leiden, met nieuwe politieke partijen.

Een vorm van dictatuur? In zekere zin is dat misschien wel zo, maar als er de afgelopen jaren iets is aangetoond, is het dat de politiek niet meer werkt en veel te ver van de burger af staat. De burger snapt de politiek niet meer, maar ook omgekeerd is dat het geval. Bij verkiezingen speelt niet, zoals vroeger, het partijprogramma een rol, maar het 'poppetje', in zijn rol gezet door handige 'mannetjesmakers'. Mooi pak, nog mooiere beloften, waarvan al van tevoren bekend is dat ze nooit waargemaakt kunnen worden. De kiezer tuint massaal in deze uit de VS overgewaaide 'mannetjesmakerij'.

Nog een ander aspect: Nederland kent geen staatslieden meer. Of je het nu met hem eens was, of niet, Joop den Uyl valt te betitelen als de laatste échte Nederlandse staatsman. Waar vroeger in een kabinet primair gekeken werd naar het landsbelang, wordt nu teveel gekeken naar het partijbelang, terwijl toch het landsbelang de doorslag zou moeten geven boven dat partijbelang. De lafheid van PvdA-senator Adri Duivesteijn om voor de door hem zo bekritiseerde verhuurdersheffing te stemmen, is een mooi voorbeeld van partijbelang. Zijn tegenstem zou een kabinetscrisis hebben kunnen ontketenen. Dus stemde Duivesteijn vóór, ondanks zijn bezwaren. Partijbelang boven het landsbelang, of in dit geval het belang van huurders en woningcorporaties.

Het politieke spectrum in Nederland is de afgelopen decennia veel te veel versnipperd, met teveel kleine partijen. Dat doet de politiek geen goed. Beter is het om (oppositie)krachten te bundelen, zodat in het parlement sterke blokken ontstaan, waardoor daadwerkelijk dingen kunnen veranderen. Daarnaast is de fractiediscipline, het 'en bloc' voor- of tegenstemmen, de bijl aan de wortel van de democratie. Elk Kamerlid heeft zijn of haar eigen verantwoording, hij of zij is in principe op persoonlijke titel gekozen. Daaruit blijkt al, dat afwijkend stemgedrag geen doodzonde zou moeten zijn, maar de gewoonste zaak van de wereld.

Door de macht voor een vooraf bepaalde periode in handen te leggen van één persoon, die regeert zonder parlement, waarbij alle bestaande politieke partijen opgeheven en verboden zouden worden, zou er de broodnodige rust kunnen komen in de landspolitiek. Natuurlijk moet zo'n leider dan wel boven elke kritiek verheven zijn. Een persoon met duidelijke kwaliteiten, sociaal, rechtvaardig, humaan, iemand met een helicopterview, die in staat is om – bijgestaan door een klein team van capabele adviseurs – de juiste beslissingen te nemen. Een andere voorwaarde is, dat over belangrijke besluiten altijd een referendum gehouden zou moeten worden, om zo de stem van het volk te peilen. Zo wordt voorkomen dat we daadwerkelijk in een dictatuur belanden, waarin geen plaats meer is voor de stem des volks. Door het volk bij belangrijke politieke besluiten, zoals lidmaatschap van de EU of grote bezuinigingen mee te laten beslissen in een bindend referendum, blijft een vorm van democratie geborgd.

In een periode van vier tot vijf jaar zou het op die manier mogelijk moeten zijn om Nederland naar een nieuwe democratie te leiden. Een democratie, die is zoals ze bedoeld is. Volksvertegenwoordigers, die ook daadwerkelijk hun achterban vertegenwoordigen, niet zichzelf, de EU of het partijbelang. Staan voor het partijbelang is soms ook je verlies nemen.

Het aantal politieke partijen zu beperkt moeten worden. Geen versnipperd spectrum van allerlei kleine partijen, maar drie of vier brede partijen, die hun achterban serieus nemen.

Of de geesten in Nederland er rijp voor zijn? Iedereen begrijpt, dat zoiets gevoelig ligt. Maar wellicht is het toch de enige redding van de democratie. Zoals het nu gaat, gaat het in rap tempo bergafwaarts, de verkeerde kant op. Er moet iets gebeuren, voor de wal het schip keert. Want als dat gebeurt, zou er nog wel eens een echte dictatuur kunnen ontstaan.



Belasting oldtimers: 30 jaar hoort grens te zijn

Het net rond de oldtimerbezitter lijkt zich te sluiten, nu het kabinet Rutte II zich verzekerd weet van de steun van D66, ChristenUnie en SGP. Staatssecretaris Frans Weekers wil namelijk auto's tussen 30 en 40 jaar oud, die nu de oldtimerstatus hebben, opnieuw gaan belasten, om dagelijks rijden met deze auto's te ontmoedigen. De 40 jaar voor absolute vrijstelling van Motorrijtuigenbelasting is de wrange vrucht van het akkoord, dat de Oldtimeralliantie (KNAC, Fehac en Bovag) eerder dit jaar met Weekers sloten. De Tweede Kamer heeft inmiddels haar goedkeuring eraan gehecht. Later deze week besluit de Eerste Kamer.

Als de Eerste Kamer haar controletaak serieus neemt, stuurt zij dit wetsvoorstel per omgaande terug richting Weekers. Bij het tot stand komen van dit voorstel baseerde hij zich namelijk op foutieve rapporten. Die gingen niet over het dagelijks gebruik van auto's tussen de 30 en 40 jaar, maar over auto's tussen 20 en 30 jaar. Een totaal andere categorie dus, waarmee vaak nog wel volop dagelijks wordt gereden. Stichting Autobelangen en de KNAC hebben de Tweede Kamerleden gewezen op deze omissie. Die vonden, dat Autobelangen en KNAC gelijk hadden, maar namen toch de wet aan.

In de Eerste Kamer dreigt nu hetzelfde te gebeuren en daarmee zou een enorme rechtsongelijkheid ontstaan. De oldtimerbezitter rijdt namelijk helemaal niet dagelijks met zijn voertuig, een enkeling daargelaten. Bovendien, het gaat om zulke kleine aantallen, dat de extra vervuiling door deze auto's, die aan het besluit ten grondslag lag, zo minimaal is, dat je van 'nihil' zou kunnen spreken.

Een ander argument om de vrijstelling op 30 jaar te houden, schuilt in Europa. Met name VVD, PvdA en D66 zijn enorm pro-Europees. Voor het gemak wordt nu echter vergeten, dat overal in Europa de norm voor vrijstelling van Motorrijtuigenbelasting op 30 jaar ligt. Hoezo, één Europa? Als we Europees willen denken, zou het toch logisch zijn dat wet- en regelgeving van de EU-landen op elkaar wordt afgestemd? Blijkbaar gaat die vlieger niet op als het om geld gaat.

Het ergste is nog, dat staatssecretaris Weekers in de Tweede Kamer heeft staan liegen als een gasmeter. Bewust, want hij was door Oldtimerbelangen en KNAC gewezen op het feit, dat hij zich baseerde op foutieve informatie. Weekers denderde echter door als een trein zonder remmen op volle snelheid, om zijn zin door te drukken. Een politieke doodzonde, er zijn bewindslieden om minder weggestuurd. De arrogante Weekers lijkt er echter mee weg te komen. Als de Eerste Kamer zijn wetsvoorstel zou aannemen, zou dat niet alleen een enorme blunder zijn, maar het zou tevens aantonen dat het verkeerd informeren van de Kamer loont.

Ten tweede zou de Nederlandse oldtimerbezitter in Europa dus het slechtst af zijn, omdat er tien jaar langer betaald moet worden. Een enorme rechtsongelijkheid, ten opzichte van andere landen.

Het is de vraag, of de Eerste Kamer die verantwoordelijkheid inziet, of dat Weekers – nota bene zelf oldtimerbezitter – als overwinnaar uit de strijd komt. De voortekenen zijn niet gunstig. D66 heeft niet veel op met auto's in het algemeen, de ChristenUnie heeft eerder al voorstellen gedaan om de belastingvrijstelling op oldtimers om zeep te helpen, ze SGP zal er weinig aan gelegen liggen. De enige partijen die in het verleden de oldtimerbezitter tegemoet kwamen, zijn SP en PVV geweest, maar die partijen kunnen ook in de Eerste Kamer geen vuist maken.

Het is te hopen, dat de Eerste Kamerleden helder denken over deze wet. Als zij helder denken, sturen ze hem terug. Wat er dan vervolgens met Weekers zou moeten gebeuren? Aftreden zou hem sieren. Zodra deze man zijn mond opendoet, liegt hij. Als een gasmeter, inderdaad. Zijn vertrek zou in elk geval geen aderlating zijn voor dit kabinet, maar een zegen voor de oldtimerbezitter. De Eerste Kamer zou daarom haar verantwoordelijkheid moeten nemen, al was het maar om de politiek op dit punt weer geloofwaardig over te laten komen.

 

Eerdere analyse over deze kwestie:

 

Wie redt de oldtimerbezitter? 

 

Dat bezitters van auto's die tussen de 30 en 40 jaar oud zijn een oor aangenaaid is, moge duidelijk zijn. Staatssecretaris Frans Weekers schafte de belastingvrijstelling voor deze voertuigen af, omdat er te vaak en te veel dagelijks mee gereden zou worden. Uit onderzoek van de Stichting Autobelangen bleek, dat de staatssecretaris niet alleen de Tweede Kamer verkeerd informeerde, maar zich ook baseerde op een foutief rapport. Het eerste is een politieke doodzonde, het tweede vraagt om reparatie.

 

Echter, de partijen die het Lenteakkoord sloten, lijken niet te willen bewegen om de oldtimerbezitters hun vrijstelling te gunnen. Let wel, het gaat om auto's, die door hun eigenaren worden gekoesterd, goed onderhouden en die slechts mondjesmaat op de weg komen. PvdA, VVD, maar ook de 'Lenteakkoord-partijen' D66, ChristenUnie en SGP weigeren echter de oldtimerbezitters tegemoet te komen. De reden: Dan valt er een dekking weg voor een bezuiniging van enkele miljoenen.

 

Dat is echter een argument, dat kant noch wal raakt. Er kan dan wel een paar miljoen dekking wegvallen, maar een verkeerd besluit, op basis van een verkeerd rapport én foute informeren van de Tweede Kamer, dat zijn duidelijke redenen om zo'n beslissing naar de prullenbak te verwijzen. Haal dan die bezuiniging elders, maar besef in elk geval dat hier mensen de dupe worden, die dat niet verdienen. Het zijn slechts hun belangenverenigingen Knac, Fehac en Bovag, de zogenaamde 'Oldtimeralliantie', die voor Judas hebben gespeeld en een akkoord gesloten hebben met Weekers, 'onder zware druk'. Maar in werkelijkheid huilden ze mee met de wolven in het bos en verkwanselden zij de belangen van de bezitters van jongere oldtimer auto's voor dertig zilverlingen, ten gunste van de bezitters van oudere auto's, de feitelijke doelgroep van Knac en Fehac. Geragehoudersbond Bovag had totaal andere belangen, de Bovag-leden verdienen namelijk nauwelijks aan oldtimerbezitters, die onderhoud vaak bij gespecialiseerde garages laten uitvoeren, of het zelf ter hand neemt.

 

Dat de ChristenUnie niets voor deze groep wil doen, zal duidelijk zijn. De ChristenUnie heeft in 2011 zelf al eens de vrijstelling voor oldtimers ter discussie gesteld. De partij wilde er helemaal vanaf, maar kreeg het voor elkaar dat de leeftijd voor vrijstelling van 25 naar 30 jaar ging. De PVV repareerde dat later, door een amendement voor een overangsregeling in te stellen. De SGP stemde destijds direct in met dat wetsvoorstel. D66 heeft in het verleden ook wel eens willen morrelen aan de belastingvrijstelling voor oldtimers. Financieel specialist Wouter Koolmees heeft daartoe weleens een voorstel ingediend, dat destijds sneuvelde.

 

De oldtimerbezitter hoeft dus weinig van deze partijen te verwachten. De ChristenUnie heeft oldtimers zelfs eens betiteld als 'vies' en 'vervuilers', terwijl het slechts om een handvol voertuigen gaat, die gezamenlijk in feite ook nog eens een rijdend museum vormen. Wouter Koolmees van D66 liet zich ooit in soortgelijke bewoordingen uit.

 

De oldtimerbezitter is nu afhankelijk van de Eerste Kamer. Het is te hopen, dat daar meer helder wordt gedacht dan in de Tweede Kamer en door de Judassen van de Oldtimeralliantie, die het omstreden akkoord sloten met staatssecretaris Weekers, die uiteindelijk als de grootste Judas van allen kan worden betiteld: Zelf bezitter van een oldtimer Peugeot 504 coupé. Als je dan je mede-hobbygenoten een dergelijke loer draait en ook nog eens de Tweede Kamer verkeerd informeert, dan verdien je pas echt de kwalificatie 'Judas'.

 

 

 

Europa bestrijden van binnenuit

PVV-leider Geert Wilders en Marine le Pen van het Franse Front National blijken op goede voet te staan, na hun ontmoeting onlangs in Den Haag. Vooropgesteld, ik ben geen liefhebber van het Front National. Jaren geleden, toen Marine's vader Jean Marie nog lijsttrekker en partijleider was, was een van de belangrijkste punten in het partijprogramma van het FN de herinvoering van de doodstraf in Frankrijk. Mordicus tegen de doodstraf als ik ben, heb ik toen gezegd dat ik nooit meer een voet in mijn zeer geliefde Frankrijk zou zetten, als Jean Marie le Pen tot premier gekozen zou worden en de doodstraf zou herinvoeren. Gelukkig besloot de kiezer dat Le Pen geen premier werd en kwam de doodstraf er niet. Of dit omstreden punt uit het verkiezingsprogramma van het FN is geschrapt, weet ik niet, maar gezien de andere wind die binnen de partij waait, zou het zomaar kunnen.

Wat Wilders – en ook le Pen – verbindt, is dat ze beiden tegen een verenigd Europa zijn. Daarbij hebben ze uitstekend door, hoe Europa het best bestreden kan worden. Namelijk in Europa zelf. Door samen met nog een aantal eurosceptische partijen een fractie te vormen, krijgen de tegenstanders van Europa een krachtiger stem. Zo kan de moloch Europa van binnenuit worden bestreden. Een beproefd systeem. Als je de gang van zaken binnen een bedrijf wilt veranderen, moet je als gelijkgestemden massaal aandeelhouder worden. Dan heb je de mogelijkheid om je stem te laten horen tijdens de aandeelhoudersvergadering.

Hetzelfde geldt in feite voor het Europees Parlement. De fractie van de PVV is te klein en te onmachtig om haar stem te laten gelden. Hetzelfde geldt voor andere anti-Europa partijen. Samen kunnen ze als één fractie echter een blok vormen, dat in de loop van de tijd kan groeien. Als de steeds eurosceptischer Europeanen in het snotje krijgen dat de anti-Europapartijen wel terdege iets in de melk te brokkelen hebben, kan dat bij volgende Europese verkiezingen wel eens flink wat extra stemmen opleveren. Stemmen, die anders niet gehaald zouden zijn. Daarin schuilt de winst voor de tegenstanders van Europa.

Los daarvan laat Wilders momenteel onderzoeken wat het zou kosten om uit Europa te stappen. Ook dat is een puike zet van Wilders. Dat het in eerste instantie geld kost, is onontkoombaar. De besparing is er echter ook naar. Geen torenhoge contributie meer voor Europa, geen geld meer naar failliete EU-lidstaten, de eigen economie weer in de hand hebben met een eigen centrale bank en een eigen munt. Legio voordelen, die zich op den duur uitbetalen.

Nadelen zijn er daarentegen nauwelijks. Degenen, die roepen dat we niet zonder Europese Unie kunnen, zijn blijkbaar vergeten hoe die is ontstaan: door het sluiten van onderlinge verdragen. Het staat elk land vrij om verdragen te sluiten met andere landen, of het nu gaat om handelsverdragen, verdragen omtrent defensie, economische verdragen of anderszins. Veel goedkoper dan het in leven houden van een dure, Europese moloch en een gehate, veel te dure Europese eenheidsmunt.

 

Aparte demonstraties – Hollandse hokjesgeest

De PVV van Geert Wilders wil op 21 september een landelijke demonstratie tegen het kabinetsbeleid. Nu kondigt FNV-voorzitter Ton Heerts een demonstratie aan op 30 september. De SP houdt her en der demonstraties, met name tegen de ingrepen in de thuiszorg. Dat velen het niet eens zijn met het kabinetsbeleid, moge duidelijk zijn. Dit hardvochtige beleid roept steeds meer weerstand op in de samenleving. Zoals zo vaak in Nederland, dreigt hier echter versnippering.

Het doel om te demonstreren is voor zowel Wilders als de FNV het van tafel krijgen van een aantal hardvochtige bezuinigingen. Ook een partij als de SP ageert fel tegen de bezuinigingen van Rutte II. De vraag is dan waarom alle partijen, die onvrede hebben met dit kabinetsbeleid, niet gezamenlijk demonstreren, om zoveel mogelijk mensen naar Den Haag te krijgen.

Wilders is – of je het nu erkennen wilt of niet – in de Tweede Kamer de echte oppositieleider. Emile Roemer (SP) heeft zichzelf nog niet in die rol kunnen drukken. Heerts en zijn FNV 'nieuwe stijl' moeten zich nog bewijzen, maar zijn daar vooralsnog niet in geslaagd.

Alle drie de partijen hebben echter hetzelfde doel. De sociale paragraaf van de SP ligt niet zo gek ver af van die van de PVV. Daar zou ook de FNV zich in moeten kunnen vinden. Ook de SP staat niet te juichen bij Europa, al is het verzet daartegen bij de socialisten minder extreem dan binnen de PVV. Voor de FNV zal het thema Europa een minder belangrijke rol spelen dan voor de politieke partijen, maar toch dringt de vraag op, waarom niet iedereen zich aansluit bij de grote, landelijke demonstratie op 21 september.

Typisch Hollands, iedereen zijn eigen 'hokje'. Echter, wie iets wil bereiken, moet eenheid uitstralen. Dat geldt des te meer voor de tegenstanders van het huidige kabinetsbeleid. Hun handicap is, dat zij geen eenheid uitstralen. Dat wordt vooral gevoed door de aversie tegen de PVV, of, beter gezegd, Geert Wilders. Terwijl alle partijen in de Tweede Kamer gewoon constructief samenwerken met de PVV en haar leider. De PVV mag dan over met name de Islam extreme standpunten hebben, daarom is de partij nog niet melaats. Weliswaar is de PVV geen democratische partij, omdat die autocratisch geleid wordt. Daarentegen is het wel een gekozen partij in ons democratisch bestel. Daarnaast kun je aannemen dat een redelijk groot gedeelte van de achterban van de FNV bij eventuele verkiezingen op de door de FNV-top zo verfoeide PVV zou stemmen en dat de stap van menig SP-kiezer om PVV te stemmen, ook niet zo groot is.

Soms moet je bij de duivel te biecht gaan, om je doel te bereiken. Dat geldt voor SP en FNV, maar ook voor de PVV. Want de stap voor Wilders om op één podium te staan met Ton Heerts en Emile Roemer is waarschijnlijk net zo groot als voor beide anderen. Voor beide partijen geldt dat ze bij de duivel te biecht gaan, als ze met de ander gaan samenwerken. Dat geldt ook voor het CDA. Als deze partij zich ook zou aansluiten, zou er wellicht nog een electoraal succesje in kunnen zitten. Echter, het is moeilijk om te kijken naar wat je verbindt, in plaats van wat je als partijen scheidt.

Toch zou het goed zijn. Je hoeft het namelijk niet met elkaar eens te zijn om tot resultaten te komen. Als je maar eenheid uitstraalt in het verzet tegen datgene, waar je tegen demonstreert. Het verzet tegen het kabinet Rutte is datgene, dat al deze partijen bindt. Niet hun overige issues. Met andere woorden: het kabinet moet weg, daar zetten we gezamenlijk op in, waarna we elk onze eigen weg weer gaan. De PVV rechtsaf, SP en FNV linksaf. Dan is het 'Missie volbracht', over tot de orde van de dag.

 

 

De rol van Diederik Samsom

'Als je een rol speelt, moet je die tot je dood kunnen volhouden.' Geen idee meer van wie deze wijze uitspraak kwam, maar waarover hij ging, weet ik nog wel: over het huwelijk. Echtelieden, die een rol spelen, moeten die tot hun dood kunnen volhouden, anders gaat het vroeg of laat mis. Deze uitspraak kun je echter ook moeiteloos vertalen naar de politiek. Met name naar Diederik Samsom. Want iedereen wist het eigenlijk al: Diederik speelt een rol. Diederik, de boze actievoerder in trui en spijkerbroek, in een maatpak. Dat is niet Diederik. Dat is een rol, die hij speelt.

Blijkbaar kon hij die rol in zijn huwelijk ook niet spelen, dus kwam het tot een breuk met zijn Tineke. Die was immers getrouwd met een jongensachtige actievoerder, niet met een man in maatpak. Nu leidt het ook tot een breuk met een aantal fractieleden en – nog desastreuzer voor Diederik – zijn kiezers. Peilingen moet je weliswaar met een korrel zout nemen, verkiezingen zijn immers de enige echte peilingen, maar ze geven wel een indicatie van waar de PvdA nu staat. Twaalf zetels, dat kun je toch gerust een dieptepunt noemen na de klappende electorale overwinning van vorig jaar. In gewone mensentaal: Diederik is gekelderd naar ongekende diepten. Hij is de kop van Jut geworden, zoals zijn voorganger Job Cohen ook de kop van Jut was. Diederik, die hatelijk glimlachend achterom kijkt op een foto in de krant, naar een oude vrouw, die hij zojuist in tranen heeft laten uitbarsten door een gesprek met haar abrupt af te breken. Omdat zij, volgens Diederik, zei dat 'Rutte een pistool op z'n kop moest krijgen'. Zoiets is vele malen erger dan de vergelijking van Job Cohen destijds met Gargamel, de boze tovenaar bij de Smurfen. Waar Cohen overigens een treffende gelijkenis mee vertoont, dat valt zeker niet te ontkennen.

Als je niet tegen dit soort taal kunt, moet je niet de straat op gaan. Een politicus als Geert Wilders (PVV) krijgt het op straat ook hard voor z'n kiezen, maar hij weet daar blijkbaar mee om te gaan. Een mooi ander voorbeeld is ook dat van een oudere arbeider, die ooit in een onbewaakt ogenblik destijds premier Lubbers (CDA) bij zijn stropdas en overhemd greep en hem vroeg: 'Schoft! Wat lever jij in?' Hij wilde een antwoord van Lubbers op de snoeiharde bezuinigingen van zijn kabinet. Het zijn emoties, waar je als politicus niet voor moet vluchten. Een politicus van kaliber kan die pareren en weet er ook op de juiste wijze mee om te gaan.

Als actievoerder was Diederik Samsom vooral bezig met emoties. Zijn eigen emoties, wel te verstaan. De boosheid over kerncentrales bijvoorbeeld. Dat was zijn goed recht, mensen mogen in een democratie tegen kerncentrales ageren. Maar nu Diederik zich de rol van aristocraat heeft aangemeten, compleet met de bijbehorende arrogantie, speelt hij een rol. Voor emoties is daarin blijkbaar geen plek meer. Diederik regeert de fractie met harde hand, benadert zijn kiezers, die hun emoties wellicht wat grof verwoorden, arrogant.

Het lijkt erop dat Diederik momenteel wild om zich heen slaat, omdat hij de regie kwijt is en die probeert met harde hand terug te winnen. Wie herinnert zich nog de woorden van de gewezen fractieleider Job Cohen? 'Er is er maar één de baas in de fractie en dat ben ik.' Korte tijd later moest Cohen zijn biezen pakken. Het heeft er de schijn van, dat Diederik momenteel hetzelfde doet. Niet met dezelfde woorden, maar door een tomeloze arrogantie aan de dag te leggen.

Het zou mij niets verbazen als Diederik binnen niet al te lange tijd gedwongen wordt om zijn biezen te pakken als leider van de PvdA in de Tweede Kamer. Het beeld dringt zich op van een politiek leider, die steeds wilder om zich heen slaat, om zo zijn problemen het hoofd te bieden. Iets dodelijkers bestaat niet, zowel niet voor een politicus als voor managers in het bedrijfsleven, waar je soms hetzelfde bij ziet gebeuren, met altijd een slechte afloop.

Diederik speelt een rol en slaagt er in die rol niet in om mensen te verbinden en aan zich te binden. Beter had hij de boze, maar toch enigszins sympathieke actievoerder kunnen blijven, die wel op krediet bij de kiezer kon rekenen. Misschien had hij beter moeten kijken naar partijvoorzitter Hans Spekman, die zijn gebreide truien weigert in te leveren voor een maatpak. Je kunt van Spekman vinden wat je wilt, maar hij blijft wel zichzelf. Daarmee zou hij wellicht een betere fractieleider voor de PvdA zijn dan Diederik Samsom. Mits hij zichzelf ook niet in een maatpak hijst, net als Diederik. Maar daar kijkt Spekman wel voor uit.



 

Het operettekabinet

Nu de populariteit van het kabinet Rutte II steeds verder daalt, is het eens tijd om te analyseren op welke gronden dit kabinet er eigenlijk zit. 'De kiezer heeft duidelijk aangegeven dat PvdA en VVD een regering moeten vormen', klonk het destijds. Grotere onzin bestaat er niet, want de kiezer kan slechts op één partij stemmen, niet op twee. De kiezer koos strategisch: Een groot deel rechts (VVD) en een groot deel links (PvdA), waar Diederik Samsom als een duveltje uit een doosje kwam, nadat de 'mannetjesmakers' van zijn partij hem goed gepositioneerd hadden. Met andere woorden: ze maakten van Samsom een marionet, iemand die niet zichzelf is. De boze, idealistische jongen in spijkerbroek en shirt werd een mannetje in een strak pak, die 'premierwaardig' over moest komen.

Samsom troefde daarmee zijn directe tegenstrever, de goedlachse en bourgondisch uitziende Emile Roemer, af. Blijkbaar ziet de kiezer liever een glad mannetje in een strak pak, die zegt wat zijn mannetjesmakers hem influisteren, dan iemand die zegt wat hij denkt.

De stelling, dat de kiezer dit kabinet wilde, gaat totaal mank. De linkse kiezers wilden links op het schild hijsen, in combinatie met andere linkse partijen, de rechtse kiezers wilden vooral rechts op het pluche, in combinatie met andere partijen, behalve de PVV, die zich onmogelijk had gemaakt door zich als gedoogpartner van Rutte I terug te trekken. Ik ben er van overtuigd, dat veel PVV-kiezers daarom uiteindelijk de VVD de bal toespeelden in het stemhokje, met de PvdA als goede tweede.

De uitslag is niet dat de kiezer deze twee partijen wilde, integendeel. VVD en PvdA waren tot elkaar veroordeeld door deze uitslag, omdat meerderheidscoalities met andere, meer verwante partijen niet of nauwelijks te vormen waren. Dat er niet voor een minderheidskabinet werd gekozen, is begrijpelijk, gezien het échec van Rutte I.

'Bruggen slaan' werd het thema. De afgelopen tijd zijn er echter bijster weinig bruggen geslagen. Weten we nog, hoe hard de VVD erin ging tegen de inkomensafhankelijke zorgtoeslag, die de PvdA eruit gesleept had? Met succes, want de grootste schreeuwers hebben altijd succes. Toch zou die inkomensafhankelijke zorgtoeslag een zegen zijn geweest voor de lagere- en middeninkomens. Maar in feite werd de inkomensafhankelijke zorgtoeslag niet door de VVD beentje gelicht. Dat gebeurde door PvdA-voorzitter Hans Spekman himself, die openlijk sprak over 'Nivelleren is een feest'. Daarmee maakte hij de toch al ongeruste VVD-achterban niet alleen wakker, maar ook woedend. Een ervaren politicus als Spekman had beter moeten weten.

De rol van de PvdA in dit kabinet raakte vervolgens totaal ondergesneeuwd. Opkomen voor mensen in de bijstand? Acht weken wachten, voor die een uitkering krijgen. Huren, die fors worden verhoogd, waardoor huren voor de lage inkomens onbetaalbaar dreigt te worden. De BTW die omhoog ging, waarmee het kabinet in eigen voet schoot, omdat de binnenlandse bestedingen daardoor fors afnamen. Ingrijpen hier, bezuinigen daar. Keurig aan de leiband lopen van het Almachtige Europa.

Wat zou er gebeurd zijn als niet Samsom, maar Roemer met zijn SP bijna gelijk geëindigd was met de VVD? De kritisch naar Europa kijkende SP had in elk geval de drieprocentsnorm niet geslikt. Huurverhogingen en BTW-verhogingen ook niet. Al vroeg ik mij wel af, of de SP klaar was voor zo'n klinkende overwinning. Ik denk het niet.

D66 van Alexander Pechtold dan maar? Die spreekt constant van 'hervormen', maar dat is gewoon een mooi woord voor 'bezuinigen'. Ook Pechtold – op zich een goed politicus, al ben ik het vaak hartgrondig met hem oneens – wil Nederland uitleveren aan de EU, nog meer dan het huidige kabinet.

Met het CDA werd de middenpartij in het Nederlandse politieke spectrum weggevaagd. 'Het radicale midden' was weliswaar een wat komische slogan voor het CDA, maar was wel de vlag, die de lading dekt. Want zo'n middenpartij, die koste wat kost in het midden blijft, was nu juist nodig geweest om bruggen te kunnen slaan. Brugpijlers staan op twee oevers, daartussen is een middendek nodig als verbinding. Het CDA vervulde die functie altijd in het verleden, met meer of minder succes. Nu het CDA op steeds minder aanhang bij de kiezers kan bogen, is het bindmiddel weg.

Het gevolg is dat twee tegenpolen nu elkaar afstoten in een kabinet, dat ook nog eens niet kan rekenen op een meerderheid in de Eerste Kamer. Dat laatste was de grootste vergissing van Rutte en Samsom, bij het in elkaar zetten van dit kabinet. De belangrijkste les waren ze vergeten: check, double check, recheck. Het gevolg is wat ze in Amerika een 'Lame Duck' noemen, een 'lamme eend', die afhankelijk is van de grillen van de senatoren in de Eerste Kamer. Bij een vat vol tegenstellingen als dit kabinet is, is dat vaak maar goed ook.

Er zijn de afgelopen tijd geen bruggen geslagen door Rutte en Samsom. Er zijn bruggen verwoest. Beide partijen vervreemden zich in rap tempo van hun kiezers en zouden zich eens stevig moeten afvragen, met welk mandaat zij nog op het regeringspluche zitten. Intussen zucht de kiezer. Zo was die uitslag niet bedoeld.

De conclusie is dat we geregeerd worden door een operette-kabinet, dat geen raad weet om aan geld te komen, een Tweede Kamer die discussieert over de rol van Geert Wilders bij de inhuldiging van de koning, terwijl het aantal werklozen in rap tempo oploopt, kortom, het is één grote operette-uitvoering. Met de kiezer als lijdend voorwerp.

Intussen roept de 'premierwaardig' gemaakte Samsom om het hardst Rutte na, dat we geld moeten gaan uitgeven. Het beste bewijs, dat ook Samsom de weg kwijt is. Hij kan zich er beter eens in gaan verdiepen hoe het kabinet mensen in staat kan stellen om weer geld te gaan uitgeven. Verlaag de BTW eens fors. Maar de motorbrandstoffen eens minder duur. Verlaag de belastingen eens, in plaats van ze te verhogen. Ga eens minder BPM heffen op nieuwe auto's, waardoor auto's hier schreeuwend duur zijn. Durf eens te investeren in dat soort dingen. Dan krijgen consumenten en bedrijven weer vlees op de botten en, nog belangrijker, vertrouwen. Dan wordt er weer geld uitgegeven en komt er des te meer binnen in de staatskas. Het is de wet van de ondernemer: Als je artikelen duur verkoopt, verdien je er veel aan, maar verkoop je weinig. Als je artikelen goedkoop verkoopt, verdien je er minder aan, maar je verkoopt veel, waardoor je per saldo meer verdient dan door ze duur te houden of te maken. Een ondernemerspartij als de VVD zou dat toch moeten weten.

En de kiezer? Die had het allemaal niet zo bedoeld, maar kreeg het wel. Het wordt hoog tijd dat de operettevoorstelling eens afgelopen is en er een echt kabinet komt, dat durft te investeren in een financieel gezond en leefbaar Nederland voor iedereen. Alleen, ik zou niet weten op welke partij ik dan zou moeten stemmen.